Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: aantasten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aantastend
Past participle - Verleden deelwoord: aangetast
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | tast aan |
| jij | tast aan |
| hij | tast aan |
| wij | tasten aan |
| jullie | tasten aan |
| zij | tasten aan |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb aangetast |
| jij | hebt aangetast |
| hij | heeft aangetast |
| wij | hebben aangetast |
| jullie | hebben aangetast |
| zij | hebben aangetast |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | tastte aan |
| jij | tastte aan |
| hij | tastte aan |
| wij | tastten aan |
| jullie | tastten aan |
| zij | tastten aan |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had aangetast |
| jij | had aangetast |
| hij | had aangetast |
| wij | hadden aangetast |
| jullie | hadden aangetast |
| zij | hadden aangetast |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal aantasten |
| jij | zult aantasten |
| hij | zal aantasten |
| wij | zullen aantasten |
| jullie | zullen aantasten |
| zij | zullen aantasten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal aangetast hebben |
| jij | zult aangetast hebben |
| hij | zal aangetast hebben |
| wij | zullen aangetast hebben |
| jullie | zullen aangetast hebben |
| zij | zullen aangetast hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou aantasten |
| jij | zou aantasten |
| hij | zou aantasten |
| wij | zouden aantasten |
| jullie | zouden aantasten |
| zij | zouden aantasten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou aangetast hebben |
| jij | zou aangetast hebben |
| hij | zou aangetast hebben |
| wij | zouden aangetast hebben |
| jullie | zouden aangetast hebben |
| zij | zouden aangetast hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'aantasten'
aankorsten,
aanristen,
aanroesten,
aantasten,
achten,
afkwasten,
afmesten,
afristen,
aftasten,
afwachten,
begroeten,
belasten,
bemesten,
berichten,
berusten,
betasten,
betwisten,
boeten,
feesten,
fusten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'aantasten'
aanpassen,
aanristen,
aanvatten,
aftasten,
aanaarden,
aanbaffen,
aanbakken,
aanballen,
aanbanden,
aanhaken,
Translations
affect, to infect or harm
erode, To wear away by abrasion, corrosion or chemical reaction
sap, undermine
sap, make unstable; weaken
sap, gradually weaken
Sample Sentences
-
[...] was ik in eene allerbloeddorstigste stemming, en besteedde meest al mijnen tijd (dien ik beter had kunnen aanwenden ) in te overwegen hoe ik de volgende maal, dat ik hen zag, hen zou overvallen en aantasten, vooral als zij, gelijk de laatste maal het geval was, in twee partijen verdeeld zouden zijn. Ik bedacht echter niet, dat zoo ik de eene week een troep doodde, ik de volgende week of maand een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] mijn gezigt waren. Hun aantal verijdelde al mijne voornemens, ik wist, dat er altijd vijf of zes en soms meer in eene kanoe kwamen, en wist dus niet hoe ik alleen twintig of dertig menschen zou aantasten, dus bleef ik misnoegd en teleurgesteld in mijn kasteel. Ik maakte echter alles tot een aanval gereed als de gelegenheid zich mogt voordoen. Na eene lange poos gewacht te hebben of ik ook eenig [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te hebben, al ware ik geheel alleen geweest. Maar ik bedacht welke roeping, welke reden ik had, laat staan welke noodzakelijkheid er bestond, dat ik mijne handen in bloed zou doopen, en heden aantasten, die mij nimmer eenig leed hadden gedaan, en hiertoe ook geen voornemen hadden; die ten mijnen aanzien schuldeloos waren, en wier barbaarsche zeden hun eigen ongeluk waren, daar dit een teeken was, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From aan + tasten.
Additional Information