aanslaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanslaan

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanslaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanslaand
Past participle - Verleden deelwoord: aangeslagen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksla aan
jijslaat aan
hijslaat aan
wijslaan aan
jullieslaan aan
zijslaan aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangeslagen
jijhebt aangeslagen
hijheeft aangeslagen
wijhebben aangeslagen
julliehebben aangeslagen
zijhebben aangeslagen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksloeg aan
jijsloeg aan
hijsloeg aan
wijsloegen aan
julliesloegen aan
zijsloegen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangeslagen
jijhad aangeslagen
hijhad aangeslagen
wijhadden aangeslagen
julliehadden aangeslagen
zijhadden aangeslagen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanslaan
jijzult aanslaan
hijzal aanslaan
wijzullen aanslaan
julliezullen aanslaan
zijzullen aanslaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangeslagen hebben
jijzult aangeslagen hebben
hijzal aangeslagen hebben
wijzullen aangeslagen hebben
julliezullen aangeslagen hebben
zijzullen aangeslagen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanslaan
jijzou aanslaan
hijzou aanslaan
wijzouden aanslaan
julliezouden aanslaan
zijzouden aanslaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangeslagen hebben
jijzou aangeslagen hebben
hijzou aangeslagen hebben
wijzouden aangeslagen hebben
julliezouden aangeslagen hebben
zijzouden aangeslagen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsla aan

Translations

  • fly, to become accepted
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanraken
    aantikken
    schatten
    taxeren, waarderen

    Sample Sentences

    • Constant leest daar een vertaling van zijn manifest voor, dat echter helemaal niet aanslaat bij het publiek. (Constant reads aloud a translation of his manifest there, which however does not at all catch on with the audience.)

    Etymology

    From Middle Dutch aenslaen. Equivalent to aan + slaan.

    Additional Information