Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verhuizen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhuizend
Past participle - Verleden deelwoord: verhuisd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verhuis |
| jij | verhuist |
| hij | verhuist |
| wij | verhuizen |
| jullie | verhuizen |
| zij | verhuizen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verhuisd |
| jij | hebt verhuisd |
| hij | heeft verhuisd |
| wij | hebben verhuisd |
| jullie | hebben verhuisd |
| zij | hebben verhuisd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verhuisde |
| jij | verhuisde |
| hij | verhuisde |
| wij | verhuisden |
| jullie | verhuisden |
| zij | verhuisden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verhuisd |
| jij | had verhuisd |
| hij | had verhuisd |
| wij | hadden verhuisd |
| jullie | hadden verhuisd |
| zij | hadden verhuisd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verhuizen |
| jij | zult verhuizen |
| hij | zal verhuizen |
| wij | zullen verhuizen |
| jullie | zullen verhuizen |
| zij | zullen verhuizen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verhuisd hebben |
| jij | zult verhuisd hebben |
| hij | zal verhuisd hebben |
| wij | zullen verhuisd hebben |
| jullie | zullen verhuisd hebben |
| zij | zullen verhuisd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verhuizen |
| jij | zou verhuizen |
| hij | zou verhuizen |
| wij | zouden verhuizen |
| jullie | zouden verhuizen |
| zij | zouden verhuizen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verhuisd hebben |
| jij | zou verhuisd hebben |
| hij | zou verhuisd hebben |
| wij | zouden verhuisd hebben |
| jullie | zouden verhuisd hebben |
| zij | zouden verhuisd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'verhuizen'
verhuren,
verzuimen,
overtuigen,
verbazen,
verbruiken,
vereisen,
verenigen,
vergunnen,
verhalen,
verhelen,
Translations
move, to change residence
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- migreren
- trekken
Sample Sentences
-
[...] dit te maken veel tijd zou verloopen, en dat ik mij er in moest schikken het gevaar te blijven loopen waar ik was, totdat ik een kamp voor mij gemaakt had en dat zoo versterkt, dat ik daarheen kon verhuizen. Ik besloot dus zoo spoedig mogelijk aan het werk te gaan, en mij een wal te maken met palen en kabeltouw, gelijk de vorige, omringd, en in het midden daarvan mijne tent op te slaan, als die [...]
(Robinson Crusoe)
-
Dit bragt mij weder alle denkbeeld aan verhuizen uit het hoofd, en ik hield mij ijverig, vooral dien dag, bezig, met te zien of ik ook op eenigerlei wijze in het schip kon komen; doch ik vond dat dit niet ging, daar het vol zand was. Daar ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het midden des eilands op te sluiten, mijne gevangenschap verlengen, en eene zoodanige gebeurtenis niet alleen onwaarschijnlijk, maar zelfs onmogelijk maken. Ik begreep dus in geen geval te moeten verhuizen. Om echter een middelweg te kiezen, begreep ik hier eene soort van lusthuis aan te leggen, en dit te omringen met eene dubbele heining, zoo sterk en hoog als ik die maken kon, met palen versterkt en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zoo vlak en effen was, en zij mij veel spoediger zagen dan als ik op de heuvels was. Hoezeer nu deze kant van het land veel aangenamer dan de mijne was, had ik toch niet den minsten lust daarheen te verhuizen; want ik was thans in mijne woning te huis, en het scheen mij toe alsof ik thans op reis was en van mijn huis af. Ik trok echter langs de zeekust, naar gissing twaalf (Eng. ) mijlen, en zette daar [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + huizen.
Verbs referencing "verhuizen"
Sranan
froisi.
Additional Information