Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: moeten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: moetend
Past participle - Verleden deelwoord: gemoeten
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | moet |
| jij | moet |
| hij | moet |
| wij | moeten |
| jullie | moeten |
| zij | moeten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gemoeten |
| jij | hebt gemoeten |
| hij | heeft gemoeten |
| wij | hebben gemoeten |
| jullie | hebben gemoeten |
| zij | hebben gemoeten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | moest |
| jij | moest |
| hij | moest |
| wij | moesten |
| jullie | moesten |
| zij | moesten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gemoeten |
| jij | had gemoeten |
| hij | had gemoeten |
| wij | hadden gemoeten |
| jullie | hadden gemoeten |
| zij | hadden gemoeten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal moeten |
| jij | zult moeten |
| hij | zal moeten |
| wij | zullen moeten |
| jullie | zullen moeten |
| zij | zullen moeten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gemoeten hebben |
| jij | zult gemoeten hebben |
| hij | zal gemoeten hebben |
| wij | zullen gemoeten hebben |
| jullie | zullen gemoeten hebben |
| zij | zullen gemoeten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou moeten |
| jij | zou moeten |
| hij | zou moeten |
| wij | zouden moeten |
| jullie | zouden moeten |
| zij | zouden moeten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gemoeten hebben |
| jij | zou gemoeten hebben |
| hij | zou gemoeten hebben |
| wij | zouden gemoeten hebben |
| jullie | zouden gemoeten hebben |
| zij | zouden gemoeten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'moeten'
moeten,
Verbs similar to 'moeten'
boeten,
meten,
moeien,
moeren,
boeien,
boeren,
doeken,
doelen,
eten,
gieten,
Translations
must, be required to
need, to be obliged to
Sample Sentences
-
[...] de ervaring hem geleerd had, dat de gelukkigste voor den mensch is; dewijl men er niet blootgesteld is aan den zwaren arbeid en de ontberingen, waaraan zij, die van hunnen handenarbeid leven, zich moeten onderwerpen, en te gelijker tijd bevrijd blijft van de weelde, en den hoogmoed, en de afgunst van iedereen, waaraan de grooten blootstaan. " Alleen hieruit, " zeide hij, " kunt gij over het geluk [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] van vijf of zes dagen had ik over mijn geweten eene zoo volkomene overwinning behaald, als een jongeling, die van deszelfs vermaningen ontslagen wenscht te zijn, slechts kon verlangen. Evenwel moest ik van dien kant nog een anderen aanval doorstaan, en gelijk gewoonlijk in zulke gevallen geschiedt, wilde de Voorzienigheid mij alle verontschuldigingen benemen; want zoo ik de genade des Hemels [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het minste gevaar duchtte en volgens de gewoonte der matrozen, den tijd sleet met allerlei vrolijkheid. Eindelijk werd den achtsten dag, des morgens, de wind zoo hevig, dat alle man aan het werk moest om de stengen te strijken, ten einde den wind zoo weinig vat als mogelijk te laten. Tegen den middag ging de zee vreesselijk hoog, ons schip kreeg verscheidene stortzeeën over, en eens of twee malen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] avond verzochten de stuurman en de bootsman den kapitein, dat zij den fokkemast mogten kappen; waartoe hij weinig lust had; doch de bootsman beweerde, dat, zoo het niet gebeurde, het schip zinken moest. Toen het geschied was stond de groote mast zoo los, en gaf het schip zulke geweldige rukken, dat wij verpligt waren dien ook te kappen, en niets op het dek te laten.
(Robinson Crusoe)
-
Wij werkten voort, maar het water klom. Het was blijkbaar, dat wij moesten zinken, en hoewel de storm een weinig bedaard was, was het niet mogelijk dat het schip drijvende kon blijven, totdat wij eene haven konden bereiken. De kapitein bleef derhalve noodseinen doen, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wie ik was, en dat dit mijne eerste reis was tot een proef, om naderhand buiten ' s lands te gaan. Zijn vader keerde zich tot mij, en zeide op een ernstigen en treffenden toon: " Jongeling, gij moest nimmer weder naar zee gaan; gij behoort dit als een zigtbaar teeken te beschouwen, dat gij niet tot een zeeman bestemd zijt."—"Hoe zoo, mijnheer, " zeide ik, " zult gij dan niet weder naar zee gaan [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wie zijt gij, en waarom gingt gij op zee ? " — Ik verhaalde hem het een en ander van mij, en toen ik geëindigd had, riep hij driftig: " Wat heb ik gedaan, dat zulk een rampzalige bij mij aan boord moest komen ? Voor geen duizend pond zou ik weder een voet met u op hetzelfde schip willen zetten ! " Deze uitbarsting was zekerlijk een gevolg van zijn geleden verlies, en meer dan hij zeggen mogt. [...]
(Robinson Crusoe)
-
Mijn grootste ongeluk bij al deze avonturen, was, dat ik niet als matroos scheep ging; ik had dan wel wat zwaarder moeten werken, maar zou te gelijker tijd het scheepswerk geleerd, en mij voor onder- of opperstuurman, of zelfs voor kapitein bekwaam gemaakt hebben. Maar steeds was het mijn lot den verkeerden weg in te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] morgen lag de boot schoon gemaakt, en met vlag en wimpel, mijn meester en zijne gasten af te wachten, toen de eerste alleen kwam en mij zeide, dat zijne gasten door bezigheden verhinderd werden; ik moest dus maar met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik naar huis [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] werden; ik moest dus maar met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik naar huis keeren en hem dien brengen.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch moeten, from Old Dutch muotan, from Proto-West Germanic *mōtan, from Proto-Germanic *mōtaną. Cognate with English must, German müssen (“must”), and English mote (“may, might”). Unrelated to -moeten in ontmoeten. See: Proto-Germanic '
*mōtaną', English '
must', German, old spelling '
müssen', English '
mote'.
Verbs referencing "moeten"
English
mote, Sranan
moe, Afrikaans
moet, German, Pennsylvania
misse, Danish
møde, Cimbrian missan, Alemannic German
müese.
Additional Information