hobbelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hobbelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hobbelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hobbelend
Past participle - Verleden deelwoord: gehobbeld

Cognates

See the 2 cognates of hobbelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhobbel
jijhobbelt
hijhobbelt
wijhobbelen
julliehobbelen
zijhobbelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehobbeld
jijhebt gehobbeld
hijheeft gehobbeld
wijhebben gehobbeld
julliehebben gehobbeld
zijhebben gehobbeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhobbelde
jijhobbelde
hijhobbelde
wijhobbelden
julliehobbelden
zijhobbelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehobbeld
jijhad gehobbeld
hijhad gehobbeld
wijhadden gehobbeld
julliehadden gehobbeld
zijhadden gehobbeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hobbelen
jijzult hobbelen
hijzal hobbelen
wijzullen hobbelen
julliezullen hobbelen
zijzullen hobbelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehobbeld hebben
jijzult gehobbeld hebben
hijzal gehobbeld hebben
wijzullen gehobbeld hebben
julliezullen gehobbeld hebben
zijzullen gehobbeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hobbelen
jijzou hobbelen
hijzou hobbelen
wijzouden hobbelen
julliezouden hobbelen
zijzouden hobbelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehobbeld hebben
jijzou gehobbeld hebben
hijzou gehobbeld hebben
wijzouden gehobbeld hebben
julliezouden gehobbeld hebben
zijzouden gehobbeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhobbel

Translations

  • jolt, to push or shake
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From hobben (“to hobble, move back and forth”) + -elen; compare English hobble. Ultimately of onomatopoeic origin, and thus often linked to other similar, likely ultimately onomatopoeic words such as huppen, hoppen (“to hop”), huppelen and hompelen. Not related to the noun hobbel. See: English 'hobble'.

    Verbs referencing "hobbelen"

    Scots ab, English hobble.

    Additional Information