afleveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afleveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afleveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afleverend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeleverd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklever af
jijlevert af
hijlevert af
wijleveren af
jullieleveren af
zijleveren af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeleverd
jijhebt afgeleverd
hijheeft afgeleverd
wijhebben afgeleverd
julliehebben afgeleverd
zijhebben afgeleverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleverde af
jijleverde af
hijleverde af
wijleverden af
jullieleverden af
zijleverden af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeleverd
jijhad afgeleverd
hijhad afgeleverd
wijhadden afgeleverd
julliehadden afgeleverd
zijhadden afgeleverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afleveren
jijzult afleveren
hijzal afleveren
wijzullen afleveren
julliezullen afleveren
zijzullen afleveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeleverd hebben
jijzult afgeleverd hebben
hijzal afgeleverd hebben
wijzullen afgeleverd hebben
julliezullen afgeleverd hebben
zijzullen afgeleverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afleveren
jijzou afleveren
hijzou afleveren
wijzouden afleveren
julliezouden afleveren
zijzouden afleveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeleverd hebben
jijzou afgeleverd hebben
hijzou afgeleverd hebben
wijzouden afgeleverd hebben
julliezouden afgeleverd hebben
zijzouden afgeleverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlever af

Translations

  • deliver, to bring or transport something to its destination
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afgeven
    bestellen, bezorgen

    Sample Sentences

    • Eenige dagen later bragt mijn oude vriend mij de rekening van de inkomsten der vijf of zes eerste jaren der plantaadje, geteekend door mijn compagnon en de gemagtigden, die altijd goederen afgeleverd hadden, zooals tabak in rollen en suiker in kisten, benevens rum en melassie, de voortbrengselen van eene suikerplantaadje, en ik zag hieruit, dat de inkomsten telken jare aanmerkelijk grooter [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From af + leveren.

    Additional Information