aanwennen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanwennen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanwennen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanwennend
Past participle - Verleden deelwoord: aangewend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwen aan
jijwent aan
hijwent aan
wijwennen aan
julliewennen aan
zijwennen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangewend
jijhebt aangewend
hijheeft aangewend
wijhebben aangewend
julliehebben aangewend
zijhebben aangewend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwende aan
jijwende aan
hijwende aan
wijwenden aan
julliewenden aan
zijwenden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangewend
jijhad aangewend
hijhad aangewend
wijhadden aangewend
julliehadden aangewend
zijhadden aangewend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanwennen
jijzult aanwennen
hijzal aanwennen
wijzullen aanwennen
julliezullen aanwennen
zijzullen aanwennen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangewend hebben
jijzult aangewend hebben
hijzal aangewend hebben
wijzullen aangewend hebben
julliezullen aangewend hebben
zijzullen aangewend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanwennen
jijzou aanwennen
hijzou aanwennen
wijzouden aanwennen
julliezouden aanwennen
zijzouden aanwennen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangewend hebben
jijzou aangewend hebben
hijzou aangewend hebben
wijzouden aangewend hebben
julliezouden aangewend hebben
zijzouden aangewend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwen aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Al dien tijd was ik in eene allerbloeddorstigste stemming, en besteedde meest al mijnen tijd (dien ik beter had kunnen aanwenden ) in te overwegen hoe ik de volgende maal, dat ik hen zag, hen zou overvallen en aantasten, vooral als zij, gelijk de laatste maal het geval was, in twee partijen verdeeld zouden zijn. Ik bedacht [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Additional Information