vervangen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vervangen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vervangen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vervangend
Past participle - Verleden deelwoord: vervangen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvervang
jijvervangt
hijvervangt
wijvervangen
jullievervangen
zijvervangen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vervangen
jijhebt vervangen
hijheeft vervangen
wijhebben vervangen
julliehebben vervangen
zijhebben vervangen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverving
jijverving
hijverving
wijvervingen
jullievervingen
zijvervingen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vervangen
jijhad vervangen
hijhad vervangen
wijhadden vervangen
julliehadden vervangen
zijhadden vervangen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vervangen
jijzult vervangen
hijzal vervangen
wijzullen vervangen
julliezullen vervangen
zijzullen vervangen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vervangen hebben
jijzult vervangen hebben
hijzal vervangen hebben
wijzullen vervangen hebben
julliezullen vervangen hebben
zijzullen vervangen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vervangen
jijzou vervangen
hijzou vervangen
wijzouden vervangen
julliezouden vervangen
zijzouden vervangen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vervangen hebben
jijzou vervangen hebben
hijzou vervangen hebben
wijzouden vervangen hebben
julliezouden vervangen hebben
zijzouden vervangen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvervang

Translations

  • supersede, take the place of
  • change, to replace
  • substitute, to use in place of something else
  • replace, to substitute
  • supplant, to take the place of, to replace
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    invallen
    meespelen
    representeren
    belichamen, personifiëren, voorstellen
    verversen
    vernieuwen
    verwisselen
    omruilen, vernieuwen
    waarnemen
    overnemen

    Sample Sentences

    • [...] ontstelde zoo, dat ik in flaauwte viel. Iedereen had thans genoeg aan zijn eigen leven te denken, niemand zag naar mij om, of dacht er aan wat er van mij geworden was; een ander kwam mij aan de pomp vervangen en stiet mij met zijn voet ter zijde, denkende, dat ik dood was, en het duurde lang voor ik weder tot mij zelve kwam. (Robinson Crusoe)
    • [...] maken wilde, namelijk om vleesch en soep in te koken. Het tweede, dat ik gaarne wenschte, was eene tabakspijp; maar het was mij onmogelijk die te maken; eindelijk echter vond ik iets uit om die te vervangen. Den geheelen zomer hield ik mij voorts bezig met dit mandenmaken en met het planten van mijne tweede rij staken, toen eene andere bezigheid mij meer tijd wegnam, dan ik dacht. (Robinson Crusoe)
    • [...] ontbrak mij een molen om het te malen, een zeef om het te builen, gest en zout om er brood van te maken, en een oven om het in te bakken; en echter wist ik al deze dingen te maken of te doen vervangen, gelijk men in het vervolg zien zal, en het graan werd eene onschatbare aanwinst voor mij. Al mijn werk ging hierdoor langzaam en moeijelijk, maar dit was niet te verhelpen; en ook had ik er tijd [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ver- + vangen.

    Additional Information