rollen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rollen

The word "rollen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rollen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rollend
Past participle - Verleden deelwoord: gerold

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrol
jijrolt
hijrolt
wijrollen
jullierollen
zijrollen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerold
jijhebt gerold
hijheeft gerold
wijhebben gerold
julliehebben gerold
zijhebben gerold

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrolde
jijrolde
hijrolde
wijrolden
jullierolden
zijrolden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerold
jijhad gerold
hijhad gerold
wijhadden gerold
julliehadden gerold
zijhadden gerold

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rollen
jijzult rollen
hijzal rollen
wijzullen rollen
julliezullen rollen
zijzullen rollen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerold hebben
jijzult gerold hebben
hijzal gerold hebben
wijzullen gerold hebben
julliezullen gerold hebben
zijzullen gerold hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rollen
jijzou rollen
hijzou rollen
wijzouden rollen
julliezouden rollen
zijzouden rollen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerold hebben
jijzou gerold hebben
hijzou gerold hebben
wijzouden gerold hebben
julliezouden gerold hebben
zijzouden gerold hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrol

Verbs similar to 'rollen'

Translations

  • bank, to incline laterally in order to turn
  • roll, to cause something to revolve by turning over and over
  • roll, to wrap round on itself
  • roll, to drive or impel forward with an easy motion
  • roll, to move, or cause to be moved, upon rollers or small wheels
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De bal rolt langzaam van de heuvel. (The ball rolls slowly down the hill.)
    • Ze werd opgelicht door een oplichter die haar wou rollen. (She was scammed by a fraudster who wanted to cheat on her.)
    • De zakkenroller rolde zijn zakken en nam zijn portemonnee mee. (The pickpocket picked his pockets and took his wallet.)

    Etymology

    From Middle Dutch rollen, from Old French roeler. See: Old French 'roeler'.

    Additional Information