rillen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rillen

The word "rillen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rillen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rillend
Past participle - Verleden deelwoord: gerild

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikril
jijrilt
hijrilt
wijrillen
jullierillen
zijrillen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerild
jijhebt gerild
hijheeft gerild
wijhebben gerild
julliehebben gerild
zijhebben gerild

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrilde
jijrilde
hijrilde
wijrilden
jullierilden
zijrilden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerild
jijhad gerild
hijhad gerild
wijhadden gerild
julliehadden gerild
zijhadden gerild

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rillen
jijzult rillen
hijzal rillen
wijzullen rillen
julliezullen rillen
zijzullen rillen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerild hebben
jijzult gerild hebben
hijzal gerild hebben
wijzullen gerild hebben
julliezullen gerild hebben
zijzullen gerild hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rillen
jijzou rillen
hijzou rillen
wijzouden rillen
julliezouden rillen
zijzouden rillen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerild hebben
jijzou gerild hebben
hijzou gerild hebben
wijzouden gerild hebben
julliezouden gerild hebben
zijzouden gerild hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijril

Verbs similar to 'rillen'

Translations

  • shiver, to tremble or shake
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information