puffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of puffen

The word "puffen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: puffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: puffend
Past participle - Verleden deelwoord: gepuft

Cognates

See the 5 cognates of puffen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpuf
jijpuft
hijpuft
wijpuffen
julliepuffen
zijpuffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepuft
jijhebt gepuft
hijheeft gepuft
wijhebben gepuft
julliehebben gepuft
zijhebben gepuft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpufte
jijpufte
hijpufte
wijpuften
julliepuften
zijpuften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepuft
jijhad gepuft
hijhad gepuft
wijhadden gepuft
julliehadden gepuft
zijhadden gepuft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal puffen
jijzult puffen
hijzal puffen
wijzullen puffen
julliezullen puffen
zijzullen puffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepuft hebben
jijzult gepuft hebben
hijzal gepuft hebben
wijzullen gepuft hebben
julliezullen gepuft hebben
zijzullen gepuft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou puffen
jijzou puffen
hijzou puffen
wijzouden puffen
julliezouden puffen
zijzouden puffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepuft hebben
jijzou gepuft hebben
hijzou gepuft hebben
wijzouden gepuft hebben
julliezouden gepuft hebben
zijzouden gepuft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpuf

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Een voorganger van een Zuid-Afrikaanse kerk beweert dat hij in de gezichten van zijn kerkbezoekers puft in een poging ze te genezen. De pastoor zit met zijn volle gewicht op de hoofden van de leden van zijn gemeenschap en puft vervolgens. (A pastor of a South African church claims that he farts into the faces of his churchgoers in an attempt to cure them. The pastor sits with his full weight on the heads of the members of his community and then breaks wind.) [2021 March 20, “Pastoor puft in mensen hun gezicht om ze te genezen [Pastor farts in people's faces to cure them]”, in GFC Nieuws, retrieved 21 Mar 2021:]

Etymology

From Middle Dutch puffen, sharing an imitative Proto-Germanic base with Old English pyffan, Middle English puffen, English puff. Compare Middle Low German puffen. See: Old English 'pyffan', English 'puff'.

Verbs referencing "puffen"

English puff.

Additional Information