overhellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overhellen

The word "overhellen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overhellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overhellend
Past participle - Verleden deelwoord: overgeheld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhel over
jijhelt over
hijhelt over
wijhellen over
julliehellen over
zijhellen over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgeheld
jijhebt overgeheld
hijheeft overgeheld
wijhebben overgeheld
julliehebben overgeheld
zijhebben overgeheld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhelde over
jijhelde over
hijhelde over
wijhelden over
julliehelden over
zijhelden over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgeheld
jijhad overgeheld
hijhad overgeheld
wijhadden overgeheld
julliehadden overgeheld
zijhadden overgeheld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overhellen
jijzult overhellen
hijzal overhellen
wijzullen overhellen
julliezullen overhellen
zijzullen overhellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgeheld hebben
jijzult overgeheld hebben
hijzal overgeheld hebben
wijzullen overgeheld hebben
julliezullen overgeheld hebben
zijzullen overgeheld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overhellen
jijzou overhellen
hijzou overhellen
wijzouden overhellen
julliezouden overhellen
zijzouden overhellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgeheld hebben
jijzou overgeheld hebben
hijzou overgeheld hebben
wijzouden overgeheld hebben
julliezouden overgeheld hebben
zijzouden overgeheld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhel over

Verbs similar to 'overhellen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information