opzwellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opzwellen

The word "opzwellen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opzwellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opzwellend
Past participle - Verleden deelwoord: opgezweld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzwel op
jijzwelt op
hijzwelt op
wijzwellen op
julliezwellen op
zijzwellen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgezweld
jijhebt opgezweld
hijheeft opgezweld
wijhebben opgezweld
julliehebben opgezweld
zijhebben opgezweld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzwelde op
jijzwelde op
hijzwelde op
wijzwelden op
julliezwelden op
zijzwelden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgezweld
jijhad opgezweld
hijhad opgezweld
wijhadden opgezweld
julliehadden opgezweld
zijhadden opgezweld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opzwellen
jijzult opzwellen
hijzal opzwellen
wijzullen opzwellen
julliezullen opzwellen
zijzullen opzwellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgezweld hebben
jijzult opgezweld hebben
hijzal opgezweld hebben
wijzullen opgezweld hebben
julliezullen opgezweld hebben
zijzullen opgezweld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opzwellen
jijzou opzwellen
hijzou opzwellen
wijzouden opzwellen
julliezouden opzwellen
zijzouden opzwellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgezweld hebben
jijzou opgezweld hebben
hijzou opgezweld hebben
wijzouden opgezweld hebben
julliezouden opgezweld hebben
zijzouden opgezweld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzwel op

Verbs similar to 'opzwellen'

Translations

  • swell, intransitive: to become bigger, especially due to being engorged
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From op + zwellen.

    Additional Information