oprotten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oprotten

The word "oprotten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oprotten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oprottend
Past participle - Verleden deelwoord: opgerot

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrot op
jijrot op
hijrot op
wijrotten op
jullierotten op
zijrotten op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgerot
jijhebt opgerot
hijheeft opgerot
wijhebben opgerot
julliehebben opgerot
zijhebben opgerot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrotte op
jijrotte op
hijrotte op
wijrotten op
jullierotten op
zijrotten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgerot
jijhad opgerot
hijhad opgerot
wijhadden opgerot
julliehadden opgerot
zijhadden opgerot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oprotten
jijzult oprotten
hijzal oprotten
wijzullen oprotten
julliezullen oprotten
zijzullen oprotten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgerot hebben
jijzult opgerot hebben
hijzal opgerot hebben
wijzullen opgerot hebben
julliezullen opgerot hebben
zijzullen opgerot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oprotten
jijzou oprotten
hijzou oprotten
wijzouden oprotten
julliezouden oprotten
zijzouden oprotten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgerot hebben
jijzou opgerot hebben
hijzou opgerot hebben
wijzouden opgerot hebben
julliezouden opgerot hebben
zijzouden opgerot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrot op

Verbs similar to 'oprotten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From op (“up”) + rotten (“to rot”), perhaps as an altered calque of English rot off. See: English 'rot off'.

Additional Information