opkloppen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opkloppen

The word "opkloppen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opkloppen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opkloppend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeklopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklop op
jijklopt op
hijklopt op
wijkloppen op
julliekloppen op
zijkloppen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeklopt
jijhebt opgeklopt
hijheeft opgeklopt
wijhebben opgeklopt
julliehebben opgeklopt
zijhebben opgeklopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklopte op
jijklopte op
hijklopte op
wijklopten op
jullieklopten op
zijklopten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeklopt
jijhad opgeklopt
hijhad opgeklopt
wijhadden opgeklopt
julliehadden opgeklopt
zijhadden opgeklopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opkloppen
jijzult opkloppen
hijzal opkloppen
wijzullen opkloppen
julliezullen opkloppen
zijzullen opkloppen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeklopt hebben
jijzult opgeklopt hebben
hijzal opgeklopt hebben
wijzullen opgeklopt hebben
julliezullen opgeklopt hebben
zijzullen opgeklopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opkloppen
jijzou opkloppen
hijzou opkloppen
wijzouden opkloppen
julliezouden opkloppen
zijzouden opkloppen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeklopt hebben
jijzou opgeklopt hebben
hijzou opgeklopt hebben
wijzouden opgeklopt hebben
julliezouden opgeklopt hebben
zijzouden opgeklopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklop op

Verbs similar to 'opkloppen'

Translations

  • fluff, to make fluffy
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information