grillen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of grillen

The word "grillen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: grillen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grillend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrild

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgril
jijgrilt
hijgrilt
wijgrillen
julliegrillen
zijgrillen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegrild
jijhebt gegrild
hijheeft gegrild
wijhebben gegrild
julliehebben gegrild
zijhebben gegrild

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgrilde
jijgrilde
hijgrilde
wijgrilden
julliegrilden
zijgrilden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegrild
jijhad gegrild
hijhad gegrild
wijhadden gegrild
julliehadden gegrild
zijhadden gegrild

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal grillen
jijzult grillen
hijzal grillen
wijzullen grillen
julliezullen grillen
zijzullen grillen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegrild hebben
jijzult gegrild hebben
hijzal gegrild hebben
wijzullen gegrild hebben
julliezullen gegrild hebben
zijzullen gegrild hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou grillen
jijzou grillen
hijzou grillen
wijzouden grillen
julliezouden grillen
zijzouden grillen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegrild hebben
jijzou gegrild hebben
hijzou gegrild hebben
wijzouden gegrild hebben
julliezouden gegrild hebben
zijzouden gegrild hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgril

Verbs similar to 'grillen'

Translations

  • roast, to cook food by heating in an oven or fire
  • toast, to lightly cook in a kitchen appliance
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English grill. See: English 'grill'.

    Additional Information