foppen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of foppen

The word "foppen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: foppen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: foppend
Past participle - Verleden deelwoord: gefopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfop
jijfopt
hijfopt
wijfoppen
julliefoppen
zijfoppen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefopt
jijhebt gefopt
hijheeft gefopt
wijhebben gefopt
julliehebben gefopt
zijhebben gefopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfopte
jijfopte
hijfopte
wijfopten
julliefopten
zijfopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefopt
jijhad gefopt
hijhad gefopt
wijhadden gefopt
julliehadden gefopt
zijhadden gefopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal foppen
jijzult foppen
hijzal foppen
wijzullen foppen
julliezullen foppen
zijzullen foppen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefopt hebben
jijzult gefopt hebben
hijzal gefopt hebben
wijzullen gefopt hebben
julliezullen gefopt hebben
zijzullen gefopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou foppen
jijzou foppen
hijzou foppen
wijzouden foppen
julliezouden foppen
zijzouden foppen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefopt hebben
jijzou gefopt hebben
hijzou gefopt hebben
wijzouden gefopt hebben
julliezouden gefopt hebben
zijzouden gefopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfop

Translations

  • trepan, trick
  • trick, trick
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from German foppen. See: German, old spelling 'foppen'.

    Additional Information