fluiten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fluiten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fluiten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fluitend
Past participle - Verleden deelwoord: gefloten

Cognates

See the 3 cognates of fluiten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfluit
jijfluit
hijfluit
wijfluiten
julliefluiten
zijfluiten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefloten
jijhebt gefloten
hijheeft gefloten
wijhebben gefloten
julliehebben gefloten
zijhebben gefloten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfloot
jijfloot
hijfloot
wijfloten
julliefloten
zijfloten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefloten
jijhad gefloten
hijhad gefloten
wijhadden gefloten
julliehadden gefloten
zijhadden gefloten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fluiten
jijzult fluiten
hijzal fluiten
wijzullen fluiten
julliezullen fluiten
zijzullen fluiten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefloten hebben
jijzult gefloten hebben
hijzal gefloten hebben
wijzullen gefloten hebben
julliezullen gefloten hebben
zijzullen gefloten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fluiten
jijzou fluiten
hijzou fluiten
wijzouden fluiten
julliezouden fluiten
zijzouden fluiten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefloten hebben
jijzou gefloten hebben
hijzou gefloten hebben
wijzouden gefloten hebben
julliezouden gefloten hebben
zijzouden gefloten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfluit

Translations

  • flute, to play flute
  • whistle, to produce a whistling sound
  • whistle, to move in such a way as to make a whistling sound
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    gieren
    zingen

    Sample Sentences

    • De wedstrijd wordt gefloten door een Italiaan. (The match is refereed by an Italian.)

    Etymology

    From Middle Dutch floyten. Equivalent to fluit + -en. Originally a weak verb, which developed strong forms by analogy with sluiten etc. Weak forms died out in the standard language over the 19th century.

    Verbs referencing "fluiten"

    English flout, Frisian, Saterlandic floitje, Luxembourgish fleeten, Sranan froiti.

    Additional Information