deppen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deppen

The word "deppen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deppen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deppend
Past participle - Verleden deelwoord: gedept

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdep
jijdept
hijdept
wijdeppen
julliedeppen
zijdeppen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedept
jijhebt gedept
hijheeft gedept
wijhebben gedept
julliehebben gedept
zijhebben gedept

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdepte
jijdepte
hijdepte
wijdepten
julliedepten
zijdepten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedept
jijhad gedept
hijhad gedept
wijhadden gedept
julliehadden gedept
zijhadden gedept

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deppen
jijzult deppen
hijzal deppen
wijzullen deppen
julliezullen deppen
zijzullen deppen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedept hebben
jijzult gedept hebben
hijzal gedept hebben
wijzullen gedept hebben
julliezullen gedept hebben
zijzullen gedept hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deppen
jijzou deppen
hijzou deppen
wijzouden deppen
julliezouden deppen
zijzouden deppen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedept hebben
jijzou gedept hebben
hijzou gedept hebben
wijzouden gedept hebben
julliezouden gedept hebben
zijzouden gedept hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdep

Translations

  • stop, to close an opening
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Probably onomatopoeic. Compare earlier dappen, dabben, and English dab. See: English 'dab'.

    Verbs referencing "deppen"

    English dab, French taper.

    Additional Information