aanliggen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanliggen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanliggen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanliggend
Past participle - Verleden deelwoord: aangelegen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklig aan
jijligt aan
hijligt aan
wijliggen aan
jullieliggen aan
zijliggen aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangelegen
jijhebt aangelegen
hijheeft aangelegen
wijhebben aangelegen
julliehebben aangelegen
zijhebben aangelegen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklag aan
jijlag aan
hijlag aan
wijlagen aan
jullielagen aan
zijlagen aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangelegen
jijhad aangelegen
hijhad aangelegen
wijhadden aangelegen
julliehadden aangelegen
zijhadden aangelegen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanliggen
jijzult aanliggen
hijzal aanliggen
wijzullen aanliggen
julliezullen aanliggen
zijzullen aanliggen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangelegen hebben
jijzult aangelegen hebben
hijzal aangelegen hebben
wijzullen aangelegen hebben
julliezullen aangelegen hebben
zijzullen aangelegen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanliggen
jijzou aanliggen
hijzou aanliggen
wijzouden aanliggen
julliezouden aanliggen
zijzouden aanliggen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangelegen hebben
jijzou aangelegen hebben
hijzou aangelegen hebben
wijzouden aangelegen hebben
julliezouden aangelegen hebben
zijzouden aangelegen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlig aan

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • De groene blaadjes die tegen deze bloemhoofdjes aanliggen zijn dan ook geen kelkbladen maar omwindselblaadjes. (The green leaves that lie against these flower heads are therefore not calyx leaves but involucre leaves.)

Etymology

From Middle Dutch aenliggen. Equivalent to aan + liggen. Compare German anliegen. See: German, old spelling 'anliegen'.

Verbs referencing "aanliggen"

German, old spelling anliegen.

Additional Information