yellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of yellen

The word "yellen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: yellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: yellend
Past participle - Verleden deelwoord: geyeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikyel
jijyelt
hijyelt
wijyellen
jullieyellen
zijyellen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geyeld
jijhebt geyeld
hijheeft geyeld
wijhebben geyeld
julliehebben geyeld
zijhebben geyeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikyelde
jijyelde
hijyelde
wijyelden
jullieyelden
zijyelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geyeld
jijhad geyeld
hijhad geyeld
wijhadden geyeld
julliehadden geyeld
zijhadden geyeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal yellen
jijzult yellen
hijzal yellen
wijzullen yellen
julliezullen yellen
zijzullen yellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geyeld hebben
jijzult geyeld hebben
hijzal geyeld hebben
wijzullen geyeld hebben
julliezullen geyeld hebben
zijzullen geyeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou yellen
jijzou yellen
hijzou yellen
wijzouden yellen
julliezouden yellen
zijzouden yellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geyeld hebben
jijzou geyeld hebben
hijzou geyeld hebben
wijzouden geyeld hebben
julliezouden geyeld hebben
zijzouden geyeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijyel

Verbs similar to 'yellen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From English yell. See: English 'yell'.

Additional Information