wrikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wrikken

The word "wrikken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wrikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wrikkend
Past participle - Verleden deelwoord: gewrikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwrik
jijwrikt
hijwrikt
wijwrikken
julliewrikken
zijwrikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewrikt
jijhebt gewrikt
hijheeft gewrikt
wijhebben gewrikt
julliehebben gewrikt
zijhebben gewrikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwrikte
jijwrikte
hijwrikte
wijwrikten
julliewrikten
zijwrikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewrikt
jijhad gewrikt
hijhad gewrikt
wijhadden gewrikt
julliehadden gewrikt
zijhadden gewrikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wrikken
jijzult wrikken
hijzal wrikken
wijzullen wrikken
julliezullen wrikken
zijzullen wrikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewrikt hebben
jijzult gewrikt hebben
hijzal gewrikt hebben
wijzullen gewrikt hebben
julliezullen gewrikt hebben
zijzullen gewrikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wrikken
jijzou wrikken
hijzou wrikken
wijzouden wrikken
julliezouden wrikken
zijzouden wrikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewrikt hebben
jijzou gewrikt hebben
hijzou gewrikt hebben
wijzouden gewrikt hebben
julliezouden gewrikt hebben
zijzouden gewrikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwrik

Translations

  • prize, to move with a lever; to force up or open; to pry
  • pry, to use leverage to open, raise, or widen
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Ultimately from Proto-Germanic *wrigōną (“to wriggle”), from Proto-Indo-European *wreyḱ- (“to turn, wrap, tie”), from *wer- (“to turn, bend”). Perhaps related to Low German wriggen (“to twist”). See: Low Saxon 'wriggen'.

    Verbs referencing "wrikken"

    English wrick, English wrig.

    Additional Information