Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wapenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wapenend
Past participle - Verleden deelwoord: gewapend
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | wapen |
| jij | wapent |
| hij | wapent |
| wij | wapenen |
| jullie | wapenen |
| zij | wapenen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gewapend |
| jij | hebt gewapend |
| hij | heeft gewapend |
| wij | hebben gewapend |
| jullie | hebben gewapend |
| zij | hebben gewapend |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | wapende |
| jij | wapende |
| hij | wapende |
| wij | wapenden |
| jullie | wapenden |
| zij | wapenden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gewapend |
| jij | had gewapend |
| hij | had gewapend |
| wij | hadden gewapend |
| jullie | hadden gewapend |
| zij | hadden gewapend |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wapenen |
| jij | zult wapenen |
| hij | zal wapenen |
| wij | zullen wapenen |
| jullie | zullen wapenen |
| zij | zullen wapenen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gewapend hebben |
| jij | zult gewapend hebben |
| hij | zal gewapend hebben |
| wij | zullen gewapend hebben |
| jullie | zullen gewapend hebben |
| zij | zullen gewapend hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wapenen |
| jij | zou wapenen |
| hij | zou wapenen |
| wij | zouden wapenen |
| jullie | zouden wapenen |
| zij | zouden wapenen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gewapend hebben |
| jij | zou gewapend hebben |
| hij | zou gewapend hebben |
| wij | zouden gewapend hebben |
| jullie | zouden gewapend hebben |
| zij | zouden gewapend hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'wapenen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'wapenen'
bewapenen,
haperen,
openen,
wanen,
wapperen,
wateren,
adelen,
aderen,
ageren,
bakeren,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] heuvel, die zeer steil en hoog opliep, en mij toescheen eene reeks van heuvelen, die noordwaarts zich uitstrekten, te overzien. Ik nam een der jagtgeweren, eene pistool en een kruidhoorn, en aldus gewapend ging ik naar den top des heuvels op ontdekking uit. Toen ik dien met veel moeite en arbeid bereikt had, zag ik dadelijk mijn lot; namelijk, dat ik op een eiland was, overal door de zee omringd, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat zij hier nimmer weder kwamen, maar alles vergeefs. Ik kon niets bedenken, of ik moest het zelf verrigten, en wat kon een man tegen misschien twintig of dertig wilden uitrigten, met boog en pijl gewapend, waarmede zij hun wit zoo zeker raken als ik met mijn geweer doen kon.
(Robinson Crusoe)
-
[...] er verscheidene malen, nadat ik hun spoor ontdekt had, geweest; en ik huiverde bij de gedachte wat mijn toestand zou geweest zijn, als ik op hen gestooten had, en zij mij ontdekt hadden, alleen gewapend met een geweer, soms met eenigen hagel slechts geladen. Welk een verrassing zou het geweest zijn als ik in plaats van een afdruk van een voet, een vijftien of twintig wilden aangetroffen had, en zij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] eiland te leven, en dat er zeker niets in de grot was, dat meer schrik kon verwekken dan mijn eigen persoon. Hierna raapte ik al mijn moed bijeen, nam een vlammend hout in de hand, en stoof daarmede gewapend, de grot in. Ik had nog geen drie stappen gedaan, of ik schrikte weder even hevig als vroeger, want ik hoorde een luid steenen, als van iemand, die zware pijn lijdt, dan weder een dof geluid, als of [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het vat ongeveer zestig pond zeer goed kruid, hetgeen voor mij eene aangename verrassing was. Ik bragt dat alles er heen, en hield slechts twee of drie pond in mijn kasteel, om tegen elke verrassing gewapend te zijn, ook bragt ik er al het lood, dat ik voor kogels bewaard had. Alstoen vergeleek ik mij bij de reuzen uit den ouden tijd, die men zegt, dat in grotten en rotsholen leefden, waar niemand hen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met mijne sabel zonder scheede, en begaf mij zoo spoedig ik kon naar den heuvel, waar ik het eerste spoor van hen gezien had. Zoodra ik daar kwam, waarmede twee uren verliepen (want ik kon zoo met wapenen beladen, niet hard voort ) bespeurde ik, dat er daar nog drie kanoes met wilden geweest waren, en verder op ziende, bemerkte ik, dat zij allen in zee waren gestoken en op het vaste land aanhielden. [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hebben, dat zij hunnen landslieden zouden zeggen, dat zij door donder en bliksem en niet door menschenhanden gedood waren; en dat de twee, die zij gezien hadden (namelijk Vrijdag en ik ) geen gewapende menschen, maar twee hemelsche of helsche geesten waren, gekomen om hen te verdelgen. Dit wist hij, zeide hij, omdat hij hen dit in hunne taal elkander had hooren toeroepen, want het was hun [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] maar met meer behoedzaamheid, daar ik wist, dat ik thans met een geheel ander slag van vijanden dan de vorige te doen had. Ik gelastte Vrijdag, die thans een zeer goed schutter was geworden, zich te wapenen. Ik nam twee jagtgeweren en gaf hem drie geweren. Mijn voorkomen was waarlijk schrikbarend genoeg. Ik had mijn rok van geitenvellen aan, en mijne muts op, waarvan ik vroeger gesproken heb, een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geheel verbijsterd, en zeide: " Spreek ik tot een mensch of tot een engel ? " — " Wees daar niet ontsteld over, " zeide ik. " Zoo God u een engel toegezonden had, zoude deze beter gekleed en anders gewapend zijn dan ik. Leg uwe vrees af; ik ben een mensch, een Engelschman, en geneigd u van dienst te zijn, dat ziet gij. Ik heb maar een knecht, doch wij hebben kruid en lood. Zeg ons ronduit: kunnen wij u [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het scheepsvolk, niet begrijpende wat er van hunne makkers en van de sloep geworden was, zeker binnen korten tijd in de andere boot aan land zou komen, om hen op te zoeken, en dat zij dan misschien gewapend en met te groote overmagt voor ons zouden komen; dit moest hij ook toestemmen. Ik zeide hem daarop, dat het eerst wat ons te doen stond, was, een gat in de sloep, die op het strand stond, te maken, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch wapenen. Equivalent to wapen + -en.
Additional Information