Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: waaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: waaiend
Past participle - Verleden deelwoord: gewaaid
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'waaien'
aaien,
baaien,
kaaien,
maaien,
naaien,
zaaien,
zwaaien,
draaien,
kraaien,
lawaaien,
Translations
blow, to produce an air current
Sample Sentences
-
[...] en dit ging moeijelijk genoeg, gedeeltelijk om de zwaarte van hetgeen ik bij mij had, en gedeeltelijk om de deining in het water, want de wind wakkerde gestadig aan, en voordat het hoog water was, woei er een felle storm.
(Robinson Crusoe)
-
16 Mei. Het had ' s nachts hard gewaaid, en het wrak scheen door de golven meer gebroken te zijn; maar ik was zoo lang in het bosch geweest om duiven te schieten, dat het getij mij dien dag belette aan boord te gaan.
(Robinson Crusoe)
-
[...] helpen, zij dit mij konden doen; dus haalde ik al het drooge hout bijeen, dat ik vinden kon, stapelde het op een hoop en stak het in brand. Het hout was droog en brandde fel op, en hoe hard het ook woei, brandde het geheel op, zoodat als er een schip was, men het daar zien moest. Ongetwijfeld was dit ook zoo, want zoodra het vuur opbrandde, deed men weder een schot en naderhand nog verscheidene. Ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] in weêrwil van hare grootte, kon behandelen, doen voortgaan en wenden. Ik vroeg hem dus of hij er thans mede zou willen en durven oversteken ? " Ja, " zeide hij, " ik er zeer goed mede overkomen, al waait het ook harden wind ! " Maar ik had een ander voornemen, waarvan hij niets wist, en dat was om een mast en zeil te maken, en haar van een anker en ankertouw te voorzien. Een mast was gemakkelijk te [...]
(Robinson Crusoe)
-
Dit maakte een einde aan onze vervolging van de andere kanoe met de wilden, die thans genoegzaam uit het gezigt geraakt was, en dit was een geluk voor ons, want twee uren later woei het zoo hard, terwijl zij nog geen kwartier ver konden zijn, en het bleef den geheelen nacht zoo hard uit het noordwesten doorstormen, dat ik niet onderstellen kon, dat bij dien zwaren tegenwind [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch wâyen, from Old Dutch *wāien, from Proto-West Germanic *wāan, from Proto-Germanic *wēaną, from Proto-Indo-European *h₂weh₁-. See: Proto-Germanic '
*wēaną'.
Verbs referencing "waaien"
Swedish
vaja, German, old spelling
wehen, Old Saxon
waian, Norwegian
vaie.
Additional Information