vrijen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vrijen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vrijen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vrijend
Past participle - Verleden deelwoord: gevrijd

Cognates

See the 3 cognates of vrijen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvrij
jijvrijt
hijvrijt
wijvrijen
jullievrijen
zijvrijen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevrijd
jijhebt gevrijd
hijheeft gevrijd
wijhebben gevrijd
julliehebben gevrijd
zijhebben gevrijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvrijde
jijvrijde
hijvrijde
wijvrijden
jullievrijden
zijvrijden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevrijd
jijhad gevrijd
hijhad gevrijd
wijhadden gevrijd
julliehadden gevrijd
zijhadden gevrijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vrijen
jijzult vrijen
hijzal vrijen
wijzullen vrijen
julliezullen vrijen
zijzullen vrijen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevrijd hebben
jijzult gevrijd hebben
hijzal gevrijd hebben
wijzullen gevrijd hebben
julliezullen gevrijd hebben
zijzullen gevrijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vrijen
jijzou vrijen
hijzou vrijen
wijzouden vrijen
julliezouden vrijen
zijzouden vrijen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevrijd hebben
jijzou gevrijd hebben
hijzou gevrijd hebben
wijzouden gevrijd hebben
julliezouden gevrijd hebben
zijzouden gevrijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvrij

Translations

  • court, to attempt to win over
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Het is heel belangrijk om veilig te vrijen. (It's very important to have safe sex.)
    • En partners krijgen niet de echte reden te horen waarom er zo weinig gevreeën wordt. (And partners don’t get to hear the real reason why not much is happening in bed.) [2008, Bram Bakker, “Weg met Dr. Atkins”, in De dwarse psychiater, Uitgeverij Maarten Muntinga, Amsterdam, →ISBN:]
    • Zij vroeg haar vriendje om eerst gewoon te vrijen. (She asked her boyfriend to just kiss and hug first.)
    • Zij heeft haar vriend Alex leren kennen op internet en ze vrijen al meer dan een jaar nu. (She met her boyfriend Alex on the Internet and now they've been going out together for more than a year already.)

    Etymology

    From Middle Dutch vrien, from Old Dutch *frīon, from Proto-West Germanic *frijōn (“to love”). See: Old Dutch '*frīon'.

    Verbs referencing "vrijen"

    English free, German, old spelling freien, Luxembourgish freien.

    Additional Information