volbrengen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of volbrengen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: volbrengen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: volbrengend
Past participle - Verleden deelwoord: volbracht

Cognates

See the 2 cognates of volbrengen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvolbreng
jijvolbrengt
hijvolbrengt
wijvolbrengen
jullievolbrengen
zijvolbrengen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb volbracht
jijhebt volbracht
hijheeft volbracht
wijhebben volbracht
julliehebben volbracht
zijhebben volbracht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvolbracht
jijvolbracht
hijvolbracht
wijvolbrachten
jullievolbrachten
zijvolbrachten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad volbracht
jijhad volbracht
hijhad volbracht
wijhadden volbracht
julliehadden volbracht
zijhadden volbracht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal volbrengen
jijzult volbrengen
hijzal volbrengen
wijzullen volbrengen
julliezullen volbrengen
zijzullen volbrengen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal volbracht hebben
jijzult volbracht hebben
hijzal volbracht hebben
wijzullen volbracht hebben
julliezullen volbracht hebben
zijzullen volbracht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou volbrengen
jijzou volbrengen
hijzou volbrengen
wijzouden volbrengen
julliezouden volbrengen
zijzouden volbrengen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou volbracht hebben
jijzou volbracht hebben
hijzou volbracht hebben
wijzouden volbracht hebben
julliezouden volbracht hebben
zijzouden volbracht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvolbreng

Translations

  • accomplish, to finish successfully
  • accomplish, to bring to an issue of full success; to effect; to perform
  • consummate, to bring something to completion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    slagen
    uitvoeren, vervullen, voleindigen

    Antonyms

    slagen
    mislukken, misgaan, stranden, stuklopen, vastlopen

    Sample Sentences

    • [...] graven, hoe ik de aarde er uit moest werken, vond ik, dat bij het aantal handen, waarover ik beschikken kon, te weten mijne eigene twee, er tien of twaalf jaren zouden verloopen voor ik dit kon volbrengen, want de kust lag hoog, zoo dat ik aan het einde twintig voet diep had moeten graven. Hoezeer met grooten weerzin, moest ik dus eindelijk mijn plan opgeven. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From vol- + brengen.

    Verbs referencing "volbrengen"

    English fullbring, German, old spelling vollbringen.

    Additional Information