verzwendelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verzwendelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verzwendelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzwendelend
Past participle - Verleden deelwoord: verzwendeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverzwendel
jijverzwendelt
hijverzwendelt
wijverzwendelen
jullieverzwendelen
zijverzwendelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verzwendeld
jijhebt verzwendeld
hijheeft verzwendeld
wijhebben verzwendeld
julliehebben verzwendeld
zijhebben verzwendeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverzwendelde
jijverzwendelde
hijverzwendelde
wijverzwendelden
jullieverzwendelden
zijverzwendelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verzwendeld
jijhad verzwendeld
hijhad verzwendeld
wijhadden verzwendeld
julliehadden verzwendeld
zijhadden verzwendeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verzwendelen
jijzult verzwendelen
hijzal verzwendelen
wijzullen verzwendelen
julliezullen verzwendelen
zijzullen verzwendelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verzwendeld hebben
jijzult verzwendeld hebben
hijzal verzwendeld hebben
wijzullen verzwendeld hebben
julliezullen verzwendeld hebben
zijzullen verzwendeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verzwendelen
jijzou verzwendelen
hijzou verzwendelen
wijzouden verzwendelen
julliezouden verzwendelen
zijzouden verzwendelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verzwendeld hebben
jijzou verzwendeld hebben
hijzou verzwendeld hebben
wijzouden verzwendeld hebben
julliezouden verzwendeld hebben
zijzouden verzwendeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverzwendel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information