versomberen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of versomberen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: versomberen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: versomberend
Past participle - Verleden deelwoord: versomberd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikversomber
jijversombert
hijversombert
wijversomberen
jullieversomberen
zijversomberen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb versomberd
jijhebt versomberd
hijheeft versomberd
wijhebben versomberd
julliehebben versomberd
zijhebben versomberd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikversomberde
jijversomberde
hijversomberde
wijversomberden
jullieversomberden
zijversomberden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad versomberd
jijhad versomberd
hijhad versomberd
wijhadden versomberd
julliehadden versomberd
zijhadden versomberd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal versomberen
jijzult versomberen
hijzal versomberen
wijzullen versomberen
julliezullen versomberen
zijzullen versomberen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal versomberd hebben
jijzult versomberd hebben
hijzal versomberd hebben
wijzullen versomberd hebben
julliezullen versomberd hebben
zijzullen versomberd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou versomberen
jijzou versomberen
hijzou versomberen
wijzouden versomberen
julliezouden versomberen
zijzouden versomberen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou versomberd hebben
jijzou versomberd hebben
hijzou versomberd hebben
wijzouden versomberd hebben
julliezouden versomberd hebben
zijzouden versomberd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijversomber

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Het gezicht van de jongeman versomberde. (The young man's face fell sombre.)

Etymology

From somber + ver- -en.

Additional Information