uitzonderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitzonderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitzonderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitzonderend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgezonderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzonder uit
jijzondert uit
hijzondert uit
wijzonderen uit
julliezonderen uit
zijzonderen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgezonderd
jijhebt uitgezonderd
hijheeft uitgezonderd
wijhebben uitgezonderd
julliehebben uitgezonderd
zijhebben uitgezonderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzonderde uit
jijzonderde uit
hijzonderde uit
wijzonderden uit
julliezonderden uit
zijzonderden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgezonderd
jijhad uitgezonderd
hijhad uitgezonderd
wijhadden uitgezonderd
julliehadden uitgezonderd
zijhadden uitgezonderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitzonderen
jijzult uitzonderen
hijzal uitzonderen
wijzullen uitzonderen
julliezullen uitzonderen
zijzullen uitzonderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgezonderd hebben
jijzult uitgezonderd hebben
hijzal uitgezonderd hebben
wijzullen uitgezonderd hebben
julliezullen uitgezonderd hebben
zijzullen uitgezonderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitzonderen
jijzou uitzonderen
hijzou uitzonderen
wijzouden uitzonderen
julliezouden uitzonderen
zijzouden uitzonderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgezonderd hebben
jijzou uitgezonderd hebben
hijzou uitgezonderd hebben
wijzouden uitgezonderd hebben
julliezouden uitgezonderd hebben
zijzouden uitgezonderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzonder uit

Translations

  • except, to exclude
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    buitensluiten
    uitsluiten

    Sample Sentences

    • [...] toestand, maar ei lieve, waar zijn uwe kameraden ? Waart gij niet elf personen in de boot ? waar zijn de tien overigen ? Waarom zijn zij niet gered, en zijt gij niet vergaan ? Waarom zijt gij uitgezonderd ? Is het beter hier of daar te zijn ? Hierbij wees ik op de zee. Het kwaad moet men beschouwen met het goede, dat er mede gepaard gaat, en het kwade, waarvan het bevrijd is gebleven. (Robinson Crusoe)
    • [...] er dien dag niets aan strand spoelen dan eenig brandhout, en een okshoofd met eenig spek, doch het zeewater en het zand hadden het onbruikbaar gemaakt. Ik hield met dit werk aan tot den 15 Junij, uitgezonderd den tijd dien ik dagelijks er af nam, om mijn voedsel op te sporen, bij hoog water, ten einde altijd gereed te zijn als het afgeloopen was. Ik had thans rondhouten, planken en ijzerwerk genoeg [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch utesonderen. Equivalent to uit + zonderen (“(archaic) to separate”).

    Additional Information