uitdrukken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitdrukken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitdrukken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitdrukkend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgedrukt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdruk uit
jijdrukt uit
hijdrukt uit
wijdrukken uit
julliedrukken uit
zijdrukken uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgedrukt
jijhebt uitgedrukt
hijheeft uitgedrukt
wijhebben uitgedrukt
julliehebben uitgedrukt
zijhebben uitgedrukt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdrukte uit
jijdrukte uit
hijdrukte uit
wijdrukten uit
julliedrukten uit
zijdrukten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgedrukt
jijhad uitgedrukt
hijhad uitgedrukt
wijhadden uitgedrukt
julliehadden uitgedrukt
zijhadden uitgedrukt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitdrukken
jijzult uitdrukken
hijzal uitdrukken
wijzullen uitdrukken
julliezullen uitdrukken
zijzullen uitdrukken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgedrukt hebben
jijzult uitgedrukt hebben
hijzal uitgedrukt hebben
wijzullen uitgedrukt hebben
julliezullen uitgedrukt hebben
zijzullen uitgedrukt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitdrukken
jijzou uitdrukken
hijzou uitdrukken
wijzouden uitdrukken
julliezouden uitdrukken
zijzouden uitdrukken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgedrukt hebben
jijzou uitgedrukt hebben
hijzou uitgedrukt hebben
wijzouden uitgedrukt hebben
julliezouden uitgedrukt hebben
zijzouden uitgedrukt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdruk uit

Translations

  • articulate, to explain
  • demystify, to explain
  • express, to convey meaning
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanduiden
    uiten, verwoorden, weergeven, zeggen
    uitknijpen
    uitpersen

    Sample Sentences

    • [...] zwarte wolk, in eene heldere vuurvlam zag nederdalen. Hij was geheel en al zoo schitterend als eene vlam, zoo dat ik naauwelijks op hem zien kon; zijn gelaat was ontzaggelijker, dan woorden kunnen uitdrukken; toen hij met zijnen voet op den grond trad, dreunde deze, even als bij de aardbeving, en de geheele lucht scheen als met vuurvlammen bezet. Toen hij op den grond stond trad hij naar mij toe, met [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] jaren gelegen had, was zij door de zon vaneen gespleten, uitgedroogd en half vermolmd. Vrijdag zeide, dat zulk eene boot goed was, en genoeg eten en drinken kon meenemen, zoo als hij zich uitdrukte. (Robinson Crusoe)
    • Ik zou moeijelijk kunnen uitdrukken hoe het mij trof, toen ik zag hoe krachtig de verrukking en kinderliefde waren bij dezen wilde, toen hij zijn vader, en dat wel van den dood gered wederzag; ik kan inderdaad niet half al de volgende [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch uutdrucken, equivalent to uit (“out”) + drukken (“to press”). In the sense “to express” a calque of Latin exprimere. Compare German ausdrücken. See: Latin 'exprimō', German, old spelling 'ausdrücken'.

    Verbs referencing "uitdrukken"

    German, old spelling ausdrücken.

    Additional Information