uitbannen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitbannen

The word "uitbannen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitbannen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitbannend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeband

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikban uit
jijbant uit
hijbant uit
wijbannen uit
julliebannen uit
zijbannen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeband
jijhebt uitgeband
hijheeft uitgeband
wijhebben uitgeband
julliehebben uitgeband
zijhebben uitgeband

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbande uit
jijbande uit
hijbande uit
wijbanden uit
julliebanden uit
zijbanden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeband
jijhad uitgeband
hijhad uitgeband
wijhadden uitgeband
julliehadden uitgeband
zijhadden uitgeband

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitbannen
jijzult uitbannen
hijzal uitbannen
wijzullen uitbannen
julliezullen uitbannen
zijzullen uitbannen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeband hebben
jijzult uitgeband hebben
hijzal uitgeband hebben
wijzullen uitgeband hebben
julliezullen uitgeband hebben
zijzullen uitgeband hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitbannen
jijzou uitbannen
hijzou uitbannen
wijzouden uitbannen
julliezouden uitbannen
zijzouden uitbannen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeband hebben
jijzou uitgeband hebben
hijzou uitgeband hebben
wijzouden uitgeband hebben
julliezouden uitgeband hebben
zijzouden uitgeband hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijban uit

Verbs similar to 'uitbannen'

Translations

  • exorcise, To drive out an evil spirit from a person, place or thing, especially by an incantation or prayer
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information