toonzetten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toonzetten

The word "toonzetten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toonzetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toonzettend
Past participle - Verleden deelwoord: getoonzet

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktoonzet
jijtoonzet
hijtoonzet
wijtoonzetten
jullietoonzetten
zijtoonzetten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getoonzet
jijhebt getoonzet
hijheeft getoonzet
wijhebben getoonzet
julliehebben getoonzet
zijhebben getoonzet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktoonzette
jijtoonzette
hijtoonzette
wijtoonzetten
jullietoonzetten
zijtoonzetten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getoonzet
jijhad getoonzet
hijhad getoonzet
wijhadden getoonzet
julliehadden getoonzet
zijhadden getoonzet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toonzetten
jijzult toonzetten
hijzal toonzetten
wijzullen toonzetten
julliezullen toonzetten
zijzullen toonzetten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getoonzet hebben
jijzult getoonzet hebben
hijzal getoonzet hebben
wijzullen getoonzet hebben
julliezullen getoonzet hebben
zijzullen getoonzet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toonzetten
jijzou toonzetten
hijzou toonzetten
wijzouden toonzetten
julliezouden toonzetten
zijzouden toonzetten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getoonzet hebben
jijzou getoonzet hebben
hijzou getoonzet hebben
wijzouden getoonzet hebben
julliezouden getoonzet hebben
zijzouden getoonzet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtoonzet

Verbs similar to 'toonzetten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information