toedekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toedekken

The word "toedekken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toedekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toedekkend
Past participle - Verleden deelwoord: toegedekt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdek toe
jijdekt toe
hijdekt toe
wijdekken toe
julliedekken toe
zijdekken toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegedekt
jijhebt toegedekt
hijheeft toegedekt
wijhebben toegedekt
julliehebben toegedekt
zijhebben toegedekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdekte toe
jijdekte toe
hijdekte toe
wijdekten toe
julliedekten toe
zijdekten toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegedekt
jijhad toegedekt
hijhad toegedekt
wijhadden toegedekt
julliehadden toegedekt
zijhadden toegedekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toedekken
jijzult toedekken
hijzal toedekken
wijzullen toedekken
julliezullen toedekken
zijzullen toedekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegedekt hebben
jijzult toegedekt hebben
hijzal toegedekt hebben
wijzullen toegedekt hebben
julliezullen toegedekt hebben
zijzullen toegedekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toedekken
jijzou toedekken
hijzou toedekken
wijzouden toedekken
julliezouden toedekken
zijzouden toedekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegedekt hebben
jijzou toegedekt hebben
hijzou toegedekt hebben
wijzouden toegedekt hebben
julliezouden toegedekt hebben
zijzouden toegedekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdek toe

Verbs similar to 'toedekken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information