strikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of strikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: strikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: strikkend
Past participle - Verleden deelwoord: gestrikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstrik
jijstrikt
hijstrikt
wijstrikken
julliestrikken
zijstrikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestrikt
jijhebt gestrikt
hijheeft gestrikt
wijhebben gestrikt
julliehebben gestrikt
zijhebben gestrikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstrikte
jijstrikte
hijstrikte
wijstrikten
julliestrikten
zijstrikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestrikt
jijhad gestrikt
hijhad gestrikt
wijhadden gestrikt
julliehadden gestrikt
zijhadden gestrikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal strikken
jijzult strikken
hijzal strikken
wijzullen strikken
julliezullen strikken
zijzullen strikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestrikt hebben
jijzult gestrikt hebben
hijzal gestrikt hebben
wijzullen gestrikt hebben
julliezullen gestrikt hebben
zijzullen gestrikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou strikken
jijzou strikken
hijzou strikken
wijzouden strikken
julliezouden strikken
zijzouden strikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestrikt hebben
jijzou gestrikt hebben
hijzou gestrikt hebben
wijzouden gestrikt hebben
julliezouden gestrikt hebben
zijzouden gestrikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstrik

Translations

  • ensnare, To snare, to catch through a snare or trap
  • snare, to catch or hold, especially with a loop
  • tie, to attach or fasten with string
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    vastbinden
    vastmaken, knopen
    overhalen
    vangen, stroppen

    Sample Sentences

    • Ik probeerde haar al langer te strikken.: I tried to get her to stay a bit longer.

    Etymology

    From Middle Dutch stricken. Equivalent to strik + -en.

    Verbs referencing "strikken"

    German, old spelling stricken.

    Additional Information