snakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of snakken

The word "snakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: snakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: snakkend
Past participle - Verleden deelwoord: gesnakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnak
jijsnakt
hijsnakt
wijsnakken
julliesnakken
zijsnakken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesnakt
jijhebt gesnakt
hijheeft gesnakt
wijhebben gesnakt
julliehebben gesnakt
zijhebben gesnakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksnakte
jijsnakte
hijsnakte
wijsnakten
julliesnakten
zijsnakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesnakt
jijhad gesnakt
hijhad gesnakt
wijhadden gesnakt
julliehadden gesnakt
zijhadden gesnakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal snakken
jijzult snakken
hijzal snakken
wijzullen snakken
julliezullen snakken
zijzullen snakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesnakt hebben
jijzult gesnakt hebben
hijzal gesnakt hebben
wijzullen gesnakt hebben
julliezullen gesnakt hebben
zijzullen gesnakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou snakken
jijzou snakken
hijzou snakken
wijzouden snakken
julliezouden snakken
zijzouden snakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesnakt hebben
jijzou gesnakt hebben
hijzou gesnakt hebben
wijzouden gesnakt hebben
julliezouden gesnakt hebben
zijzouden gesnakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnak

Translations

  • gasp, to draw in the breath suddenly
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch snacken, from Old Dutch *snaccon. Related to Swedish snacka (“to talk”) and Low German snacken (“to talk”), from the sense of "to open the mouth". Compare English snack. See: Old Dutch '*snaccon', English 'snack'.

    Verbs referencing "snakken"

    English snatch, Low Saxon snacken, German, old spelling schnacken.

    Additional Information