slingeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slingeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slingeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slingerend
Past participle - Verleden deelwoord: geslingerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslinger
jijslingert
hijslingert
wijslingeren
jullieslingeren
zijslingeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geslingerd
jijhebt geslingerd
hijheeft geslingerd
wijhebben geslingerd
julliehebben geslingerd
zijhebben geslingerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikslingerde
jijslingerde
hijslingerde
wijslingerden
jullieslingerden
zijslingerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geslingerd
jijhad geslingerd
hijhad geslingerd
wijhadden geslingerd
julliehadden geslingerd
zijhadden geslingerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slingeren
jijzult slingeren
hijzal slingeren
wijzullen slingeren
julliezullen slingeren
zijzullen slingeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geslingerd hebben
jijzult geslingerd hebben
hijzal geslingerd hebben
wijzullen geslingerd hebben
julliezullen geslingerd hebben
zijzullen geslingerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slingeren
jijzou slingeren
hijzou slingeren
wijzouden slingeren
julliezouden slingeren
zijzouden slingeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geslingerd hebben
jijzou geslingerd hebben
hijzou geslingerd hebben
wijzouden geslingerd hebben
julliezouden geslingerd hebben
zijzouden geslingerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijslinger

Translations

  • heave, to throw
  • pelt, to throw
  • pitch, to throw
  • sling, to throw
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    wapperen
    zwaaien
    laveren
    rollen, slieren, zwenken, zwieren
    bengelen
    zwengelen
    rondslingeren
    rondzwerven
    gooien
    smijten, werpen

    Sample Sentences

    • [...] boschachtiger werd dan vroeger. Hier vond ik verschillende vruchten, in het bijzonder meloenen, in menigte op den grond liggen, en druiven aan de takken. De wijngaarden hadden zich over de takken geslingerd en de trossen waren thans in volle rijpheid. Dit was eene aangename ontdekking, die mij zeer verheugde, doch de ondervinding had mij geleerd er matig van te eten, want ik herinnerde mij, dat ik [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch slingeren.

    Verbs referencing "slingeren"

    German, old spelling schlingern.

    Additional Information