shredden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of shredden

The word "shredden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: shredden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: shreddend
Past participle - Verleden deelwoord: geshredd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikshred
jijshredt
hijshredt
wijshredden
jullieshredden
zijshredden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geshredd
jijhebt geshredd
hijheeft geshredd
wijhebben geshredd
julliehebben geshredd
zijhebben geshredd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikshredde
jijshredde
hijshredde
wijshredden
jullieshredden
zijshredden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geshredd
jijhad geshredd
hijhad geshredd
wijhadden geshredd
julliehadden geshredd
zijhadden geshredd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal shredden
jijzult shredden
hijzal shredden
wijzullen shredden
julliezullen shredden
zijzullen shredden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geshredd hebben
jijzult geshredd hebben
hijzal geshredd hebben
wijzullen geshredd hebben
julliezullen geshredd hebben
zijzullen geshredd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou shredden
jijzou shredden
hijzou shredden
wijzouden shredden
julliezouden shredden
zijzouden shredden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geshredd hebben
jijzou geshredd hebben
hijzou geshredd hebben
wijzouden geshredd hebben
julliezouden geshredd hebben
zijzouden geshredd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijshred

Verbs similar to 'shredden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English shred. See: English 'shred'.

Additional Information