rukken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rukken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rukken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rukkend
Past participle - Verleden deelwoord: gerukt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikruk
jijrukt
hijrukt
wijrukken
jullierukken
zijrukken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerukt
jijhebt gerukt
hijheeft gerukt
wijhebben gerukt
julliehebben gerukt
zijhebben gerukt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrukte
jijrukte
hijrukte
wijrukten
jullierukten
zijrukten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerukt
jijhad gerukt
hijhad gerukt
wijhadden gerukt
julliehadden gerukt
zijhadden gerukt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rukken
jijzult rukken
hijzal rukken
wijzullen rukken
julliezullen rukken
zijzullen rukken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerukt hebben
jijzult gerukt hebben
hijzal gerukt hebben
wijzullen gerukt hebben
julliezullen gerukt hebben
zijzullen gerukt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rukken
jijzou rukken
hijzou rukken
wijzouden rukken
julliezouden rukken
zijzouden rukken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerukt hebben
jijzou gerukt hebben
hijzou gerukt hebben
wijzouden gerukt hebben
julliezouden gerukt hebben
zijzouden gerukt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijruk

Translations

  • pluck, to pull something sharply; to pull something out
  • tug, to pull repeatedly
  • yank, to pull something with a quick, strong action
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    oprukken
    optrekken, voortbewegen
    sjorren
    trekken

    Sample Sentences

    • [...] ging, en op het strand twee kanoes zag, waaruit elf wilden stapten, en dat zij een anderen wilde medebragten, dien zij wilden dooden om hem op te eten, maar juist toen zij hem wilden slagten, rukte de wilde zich plotseling los, en nam de vlugt. Daarop verbeeldde ik mij, dat hij door het digte bosch voor mijne vesting zwierf om zich daarin te verbergen; en dat ik, ziende dat hij alleen was, en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] verschrikt en verbaasd, dat hij van angst trilde en ik dacht dat hij neergevallen zou zijn. Hij zag het geitje niet, dat ik gedood had, en had ook niet bemerkt dat ik er op aangelegd had, maar hij rukte zijn buis open, om te zien of hij ook gewond was, en begreep, dat ik voornemens was hem te dooden, want hij viel voor mij neder, omhelsde mijne knieën, en zeide mij veel dat ik niet verstaan kon, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] daar ik wist, dat zij zeer goed gewapend waren. Ik besloot af te wachten of zij zich niet zouden verdeelen, en om derhalve te beter de overmagt op hen te hebben, liet ik mijne hinderlaag naderbij rukken, en gelastte Vrijdag en den kapitein op handen en voeten, en zoo digt langs den grond als zij konden, naar hen toe te kruipen en hen zoo digt mogelijk te naderen, alvorens zij vuur gaven. (Robinson Crusoe)
    • [...] bootsman viel dood neder; de man, die bij hem was, had een kogel in het lijf gekregen en viel naast hem, schoon hij eerst een paar uur daarna stierf, en de derde liep weg. Toen ik het vuren hoorde, rukte ik onmiddellijk met mijn geheele leger op, dat thans uit acht man bestond, te weten, ik als generaal en chef, Vrijdag als mijn luitenant-generaal; de kapitein en zijne twee lieden, en de drie [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] allen noemden mij gouverneur. Om kort te gaan, allen legden de wapens neder en smeekten om lijfsgenade, en ik zond den man, die met hen gesproken had, met nog twee af, die hen allen bonden; en toen rukte mijn leger van vijftig man op, maar dat met die drie eigenlijk uit acht man bestond, en maakte zich van hen en van hunne boot meester, schoon ik mij met nog een man, uit staatkundige redenen, buiten [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch rucken, from Old Dutch *rukken, from Proto-West Germanic *rukkijan, from Proto-Germanic *rukkijaną. See: Proto-Germanic '*rukkijaną'.

    Additional Information