rekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rekken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rekkend
Past participle - Verleden deelwoord: gerekt

Cognates

See the 3 cognates of rekken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrek
jijrekt
hijrekt
wijrekken
jullierekken
zijrekken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerekt
jijhebt gerekt
hijheeft gerekt
wijhebben gerekt
julliehebben gerekt
zijhebben gerekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrekte
jijrekte
hijrekte
wijrekten
jullierekten
zijrekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerekt
jijhad gerekt
hijhad gerekt
wijhadden gerekt
julliehadden gerekt
zijhadden gerekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rekken
jijzult rekken
hijzal rekken
wijzullen rekken
julliezullen rekken
zijzullen rekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerekt hebben
jijzult gerekt hebben
hijzal gerekt hebben
wijzullen gerekt hebben
julliezullen gerekt hebben
zijzullen gerekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rekken
jijzou rekken
hijzou rekken
wijzouden rekken
julliezouden rekken
zijzouden rekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerekt hebben
jijzou gerekt hebben
hijzou gerekt hebben
wijzouden gerekt hebben
julliezouden gerekt hebben
zijzouden gerekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrek

Translations

  • stretch, to lengthen when pulled
  • stretch, to get more than expected from a limited resource
  • stretch, to be inaccurate by exaggeration
  • stretch, to extend one’s limbs or body in order to stretch the muscles
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    strekken
    uitstrekken
    oprekken
    uitrekken, vergroten, verlengen
    traineren
    vertragen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch recken, from Old Dutch *rekken, from Proto-West Germanic *rakkjan, from Proto-Germanic *rakjaną (“to stretch, to straighten”), from Proto-Indo-European *h₃roǵéyeti. See: Proto-Germanic '*rakjaną', Proto-Indo-European '*h₃roǵéyeti'.

    Verbs referencing "rekken"

    English rax.

    Additional Information