Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: regenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: regenend
Past participle - Verleden deelwoord: geregend
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'regenen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'regenen'
regelen,
regeren,
rekenen,
zegenen,
begeren,
begeven,
kegelen,
ketenen,
legeren,
negeren,
Translations
Sample Sentences
-
[...] vermoord, of uit gebrek aan voedsel verhongeren moest. Bij het aanbreken van den nacht, ging ik, uit vrees voor wilde dieren, in een boom slapen, maar sliep gerust, schoon het den geheelen nacht regende.
(Robinson Crusoe)
-
[...] Ik bragt den geheelen dag door met hierover te peinzen, maar, toen ik eindelijk zag, dat het schip bijkans droog zat, ging ik op het zand er zoo digt bij als ik kon, en zwom toen aan boord. Het regende ook heden den geheelen dag, schoon zonder eenigen wind.
(Robinson Crusoe)
-
25 October. Het regende den geheelen nacht en dag, met eenige windvlagen, gedurende welken tijd het schip verbrijzeld werd, en er niets meer van te zien bleef, dan alleen bij laag water het wrak. Ik bragt den dag door met [...]
(Robinson Crusoe)
-
Van den 26sten tot 30sten werkte ik zeer hard, om al mijn goed naar mijne nieuwe woning te vervoeren, schoon het somtijds zeer hard regende.
(Robinson Crusoe)
-
4 November. Dezen morgen begon ik mijn tijd te verdeelen, in werkuren, een tijd, om met mijn geweer uit te gaan, een tijd, om te slapen en een tijd tot uitspanning. Elken morgen ging ik, als het niet regende, twee of drie uren met mijn geweer uit; dan ging ik aan het werk tot tegen elf uren; dan at ik wat ik had, en van twaalf tot twee uren deed ik een slaapje, daar het alsdan drukkend heet was, en ging [...]
(Robinson Crusoe)
-
13 November. Dezen dag regende het, hetgeen mij zeer verfrischte, en de aarde verkoelde; maar de regen ging met een verschrikkelijk onweder gepaard, hetgeen mij voor mijn kruid veel angst deed uitstaan. Zoodra dat voorbij was, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] werkte ik, om eene kamer of kelder te maken, groot genoeg om mij tot magazijn, tot keuken, tot eetkamer en tot kelder te verstrekken. De tent was mijne eigenlijke woning; maar in het regensaisoen regende het somtijds zoo hard, dat ik er mij niet droog kon houden, daarom bedekte ik naderhand mijn geheele verblijf binnen de palissaden, met lange staken in den vorm van latten, tegen de rots aan [...]
(Robinson Crusoe)
-
24 December. Het regent den geheelen nacht en dag, zoodat ik niet kan uitgaan.
(Robinson Crusoe)
-
Terwijl ik aldus zat, betrok de lucht alsof het zou gaan regenen, en in minder dan een half uur blies er een allergeweldigste orkaan. De zee was plotseling met schuim bedekt, de golven sloegen over het strand, de boomen werden ontworteld; en deze verschrikkelijke [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] over het strand, de boomen werden ontworteld; en deze verschrikkelijke storm duurde omtrent drie uren, toen begon hij te bedaren, en twee uren later was het weder kalm, en begon het geweldig te regenen. Al dien tijd zat ik op den grond, zeer beducht en neêrslagtig, toen het mij plotseling inviel, dat, daar deze wind en regen het gevolg van de aardbeving waren, deze zelve voorbij was, en ik het [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch rēgenen, from Old Dutch *reganon, from Proto-West Germanic *regnōn, from Proto-Germanic *regnōną. Equivalent to regen + -en. See: Old Dutch '*reganon', Proto-Germanic '
*regnōną'.
Verbs referencing "regenen"
English
rain, German, Pennsylvania
reggere, Afrikaans
reën, Luxembourgish
reenen.
Additional Information