plotten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of plotten

The word "plotten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: plotten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: plottend
Past participle - Verleden deelwoord: geplot

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikplot
jijplot
hijplot
wijplotten
jullieplotten
zijplotten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geplot
jijhebt geplot
hijheeft geplot
wijhebben geplot
julliehebben geplot
zijhebben geplot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikplotte
jijplotte
hijplotte
wijplotten
jullieplotten
zijplotten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geplot
jijhad geplot
hijhad geplot
wijhadden geplot
julliehadden geplot
zijhadden geplot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal plotten
jijzult plotten
hijzal plotten
wijzullen plotten
julliezullen plotten
zijzullen plotten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geplot hebben
jijzult geplot hebben
hijzal geplot hebben
wijzullen geplot hebben
julliezullen geplot hebben
zijzullen geplot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou plotten
jijzou plotten
hijzou plotten
wijzouden plotten
julliezouden plotten
zijzouden plotten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geplot hebben
jijzou geplot hebben
hijzou geplot hebben
wijzouden geplot hebben
julliezouden geplot hebben
zijzouden geplot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijplot

Verbs similar to 'plotten'

Translations

  • plot, to trace out a graph or diagram
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From English plot. See: English 'plot'.

    Additional Information