opporren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opporren

The word "opporren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opporren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opporrend
Past participle - Verleden deelwoord: opgepord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpor op
jijport op
hijport op
wijporren op
jullieporren op
zijporren op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgepord
jijhebt opgepord
hijheeft opgepord
wijhebben opgepord
julliehebben opgepord
zijhebben opgepord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikporde op
jijporde op
hijporde op
wijporden op
jullieporden op
zijporden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgepord
jijhad opgepord
hijhad opgepord
wijhadden opgepord
julliehadden opgepord
zijhadden opgepord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opporren
jijzult opporren
hijzal opporren
wijzullen opporren
julliezullen opporren
zijzullen opporren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgepord hebben
jijzult opgepord hebben
hijzal opgepord hebben
wijzullen opgepord hebben
julliezullen opgepord hebben
zijzullen opgepord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opporren
jijzou opporren
hijzou opporren
wijzouden opporren
julliezouden opporren
zijzouden opporren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgepord hebben
jijzou opgepord hebben
hijzou opgepord hebben
wijzouden opgepord hebben
julliezouden opgepord hebben
zijzouden opgepord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpor op

Verbs similar to 'opporren'

Translations

  • poke, to poke a fire to remove ash or promote burning
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information