ontzeggen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontzeggen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontzeggen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontzeggend
Past participle - Verleden deelwoord: ontzegd

Cognates

See the 2 cognates of ontzeggen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontzeg
jijontzegt
hijontzegt
wijontzeggen
jullieontzeggen
zijontzeggen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontzegd
jijhebt ontzegd
hijheeft ontzegd
wijhebben ontzegd
julliehebben ontzegd
zijhebben ontzegd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontzei; ontzegde
jijontzei; ontzegde
hijontzei; ontzegde
wijontzeien; ontzegden
jullieontzeien; ontzegden
zijontzeien; ontzegden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontzegd
jijhad ontzegd
hijhad ontzegd
wijhadden ontzegd
julliehadden ontzegd
zijhadden ontzegd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontzeggen
jijzult ontzeggen
hijzal ontzeggen
wijzullen ontzeggen
julliezullen ontzeggen
zijzullen ontzeggen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontzegd hebben
jijzult ontzegd hebben
hijzal ontzegd hebben
wijzullen ontzegd hebben
julliezullen ontzegd hebben
zijzullen ontzegd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontzeggen
jijzou ontzeggen
hijzou ontzeggen
wijzouden ontzeggen
julliezouden ontzeggen
zijzouden ontzeggen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontzegd hebben
jijzou ontzegd hebben
hijzou ontzegd hebben
wijzouden ontzegd hebben
julliezouden ontzegd hebben
zijzouden ontzegd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontzeg

Verbs conjugated like 'ontzeggen'

aanzeggen, afzeggen, ontzeggen, opzeggen, toezeggen, voorzeggen, zeggen,

Translations

  • abnegate, to deny oneself something
  • abnegate, to reject, to deny
  • forbid, to disallow
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    onthouden
    ontnemen, weigeren

    Sample Sentences

    Etymology

    From ont- + zeggen.

    Verbs referencing "ontzeggen"

    German, old spelling entsagen, English unsay.

    Additional Information