Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: onderscheiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onderscheidend
Past participle - Verleden deelwoord: onderscheiden
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | onderscheid |
| jij | onderscheidt |
| hij | onderscheidt |
| wij | onderscheiden |
| jullie | onderscheiden |
| zij | onderscheiden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb onderscheiden |
| jij | hebt onderscheiden |
| hij | heeft onderscheiden |
| wij | hebben onderscheiden |
| jullie | hebben onderscheiden |
| zij | hebben onderscheiden |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | onderscheidde |
| jij | onderscheidde |
| hij | onderscheidde |
| wij | onderscheidden |
| jullie | onderscheidden |
| zij | onderscheidden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had onderscheiden |
| jij | had onderscheiden |
| hij | had onderscheiden |
| wij | hadden onderscheiden |
| jullie | hadden onderscheiden |
| zij | hadden onderscheiden |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal onderscheiden |
| jij | zult onderscheiden |
| hij | zal onderscheiden |
| wij | zullen onderscheiden |
| jullie | zullen onderscheiden |
| zij | zullen onderscheiden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal onderscheiden hebben |
| jij | zult onderscheiden hebben |
| hij | zal onderscheiden hebben |
| wij | zullen onderscheiden hebben |
| jullie | zullen onderscheiden hebben |
| zij | zullen onderscheiden hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou onderscheiden |
| jij | zou onderscheiden |
| hij | zou onderscheiden |
| wij | zouden onderscheiden |
| jullie | zouden onderscheiden |
| zij | zouden onderscheiden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou onderscheiden hebben |
| jij | zou onderscheiden hebben |
| hij | zou onderscheiden hebben |
| wij | zouden onderscheiden hebben |
| jullie | zouden onderscheiden hebben |
| zij | zouden onderscheiden hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'onderscheiden'
onderschatten,
onderschrijven,
onderhouden,
onderstellen,
ondersteunen,
overschrijden,
afscheiden,
onderbreken,
onderbrengen,
onderduiken,
Translations
difference, to distinguish or differentiate
differentiate, to show or be the distinction
differentiate, to perceive the difference
discern, to distinguish something as being different from something else; to differentiate
distinguish, to see someone or something as different from others
Sample Sentences
-
[...] verblijf van tien of twaalf dagen, kwam het mij in de gedachten, dat ik, bij gebrek van boeken en schrijfgereedschap, met de tijdtelling verward raken zou, en zelfs den zondag niet van de werkdagen onderscheiden kunnen. Om dit te voorkomen sneed ik met mijn mes op een grooten staak, met kapitale letters, het volgende opschrift: IK KWAM HIER AAN WAL DEN 30 SEPTEMBER 1659. en plaatste dit op een staak, in den [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] te geven, en dewijl de rede thans bij mij de overhand begon te krijgen, begon ik mij te troosten zoo goed ik kon en plaatste het goede tegenover het kwade, om mijn toestand van een nog ergeren te onderscheiden. Ik stelde dan zeer onpartijdig, als debiteur en crediteur, het goede, dat ik genoot, tegenover de rampen, die ik leed; op deze wijze:
(Robinson Crusoe)
-
[...] poos als verplet, en daarna dankte ik God, met de uiterste aandoening en onder een vloed van tranen, dat Hij mij in een werelddeel had doen geboren worden, waardoor ik van zulke afschuwelijke wezens onderscheiden was, en dat, ofschoon ik mijn tegenwoordigen toestand zeer ongelukkig had geacht, ik meer reden tot dankbaarheid dan tot klagen had, en bovenal, dat ik vertroost was door de kennisse Gods en de hoop [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] moet nog vermelden, dat een uur of zoo voor zij vertrokken, zij aan het dansen gingen, en ik kon door mijn kijker al hunne gebaren en houdingen duidelijk zien. Zij waren geheel naakt, schoon ik niet onderscheiden kon of het allen mannen dan of er ook vrouwen bij waren.
(Robinson Crusoe)
-
[...] dag werd en de lucht opklaarde, zag ik op een grooten afstand in zee een zeil of een romp van een schip. De afstand was te groot en het weder nog wat mistig, om met mijn kijker er meer van te kunnen onderscheiden.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From onder- + scheiden (“to separate”). Compare German unterscheiden. See: German, old spelling '
unterscheiden'.
Verbs referencing "onderscheiden"
German, old spelling
unterscheiden.
Additional Information