omruilen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omruilen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omruilen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omruilend
Past participle - Verleden deelwoord: omgeruild

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikruil om
jijruilt om
hijruilt om
wijruilen om
jullieruilen om
zijruilen om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgeruild
jijhebt omgeruild
hijheeft omgeruild
wijhebben omgeruild
julliehebben omgeruild
zijhebben omgeruild

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikruilde om
jijruilde om
hijruilde om
wijruilden om
jullieruilden om
zijruilden om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgeruild
jijhad omgeruild
hijhad omgeruild
wijhadden omgeruild
julliehadden omgeruild
zijhadden omgeruild

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omruilen
jijzult omruilen
hijzal omruilen
wijzullen omruilen
julliezullen omruilen
zijzullen omruilen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgeruild hebben
jijzult omgeruild hebben
hijzal omgeruild hebben
wijzullen omgeruild hebben
julliezullen omgeruild hebben
zijzullen omgeruild hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omruilen
jijzou omruilen
hijzou omruilen
wijzouden omruilen
julliezouden omruilen
zijzouden omruilen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgeruild hebben
jijzou omgeruild hebben
hijzou omgeruild hebben
wijzouden omgeruild hebben
julliezouden omgeruild hebben
zijzouden omgeruild hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijruil om

Translations

  • exchange, To replace with a similar item
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verwisselen
    vernieuwen, vervangen

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information