omkappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omkappen

The word "omkappen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omkappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omkappend
Past participle - Verleden deelwoord: omgekapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkap om
jijkapt om
hijkapt om
wijkappen om
julliekappen om
zijkappen om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgekapt
jijhebt omgekapt
hijheeft omgekapt
wijhebben omgekapt
julliehebben omgekapt
zijhebben omgekapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkapte om
jijkapte om
hijkapte om
wijkapten om
julliekapten om
zijkapten om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgekapt
jijhad omgekapt
hijhad omgekapt
wijhadden omgekapt
julliehadden omgekapt
zijhadden omgekapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omkappen
jijzult omkappen
hijzal omkappen
wijzullen omkappen
julliezullen omkappen
zijzullen omkappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgekapt hebben
jijzult omgekapt hebben
hijzal omgekapt hebben
wijzullen omgekapt hebben
julliezullen omgekapt hebben
zijzullen omgekapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omkappen
jijzou omkappen
hijzou omkappen
wijzouden omkappen
julliezouden omkappen
zijzouden omkappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgekapt hebben
jijzou omgekapt hebben
hijzou omgekapt hebben
wijzouden omgekapt hebben
julliezouden omgekapt hebben
zijzouden omgekapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkap om

Verbs similar to 'omkappen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information