noemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of noemen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: noemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: noemend
Past participle - Verleden deelwoord: genoemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknoem
jijnoemt
hijnoemt
wijnoemen
jullienoemen
zijnoemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb genoemd
jijhebt genoemd
hijheeft genoemd
wijhebben genoemd
julliehebben genoemd
zijhebben genoemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknoemde
jijnoemde
hijnoemde
wijnoemden
jullienoemden
zijnoemden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad genoemd
jijhad genoemd
hijhad genoemd
wijhadden genoemd
julliehadden genoemd
zijhadden genoemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal noemen
jijzult noemen
hijzal noemen
wijzullen noemen
julliezullen noemen
zijzullen noemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal genoemd hebben
jijzult genoemd hebben
hijzal genoemd hebben
wijzullen genoemd hebben
julliezullen genoemd hebben
zijzullen genoemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou noemen
jijzou noemen
hijzou noemen
wijzouden noemen
julliezouden noemen
zijzouden noemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou genoemd hebben
jijzou genoemd hebben
hijzou genoemd hebben
wijzouden genoemd hebben
julliezouden genoemd hebben
zijzouden genoemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnoem

Translations

  • call, to name or refer to
  • designate, to call by a distinctive title; to name
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanspreken
    benoemen, bestempelen, opsommen, vernoemen, zeggen

    Sample Sentences

    • [...] trouwde, die tot eene deftige oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene in Engeland niet ongewone verbastering van naam, noemde men ons, en noemen en schrijven wij zelven ons Crusoe; en mijne vrienden hebben mij nimmer anders dan onder dien naam gekend. (Robinson Crusoe)
    • [...] oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene in Engeland niet ongewone verbastering van naam, noemde men ons, en noemen en schrijven wij zelven ons Crusoe; en mijne vrienden hebben mij nimmer anders dan onder dien naam gekend. (Robinson Crusoe)
    • [...] hernemen, maar ik verzette mij daartegen als tegen eene zwakheid, en terwijl ik mij aan den sterken drank en het gezelschap mijner makkers overgaf, geraakte ik weldra van deze vlagen, gelijk ik ze noemde, ontslagen. Na verloop van vijf of zes dagen had ik over mijn geweten eene zoo volkomene overwinning behaald, als een jongeling, die van deszelfs vermaningen ontslagen wenscht te zijn, slechts kon [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] geweld voort; en schoon in bezadigde oogenblikken mijne rede en mijn gezond oordeel mij aanrieden, naar het ouderlijk huis te gaan, kon ik er niet toe besluiten. Ik weet niet hoe ik dit noemen zal; ik wil ook niet beweren, dat eene geheime magt ons aandrijft ons in ons verderf te storten, al is het dat het bloot voor ons ligt en wij er met open oogen ons in begeven. Zeker kon niets dan [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik begaf mij kort daarop, op aanbeveling van den kapitein naar het huis van een zoo goed, braaf man als hij zelf was, die een ingenio, gelijk men het noemt, dat is, eene plantaadje en suikerfabrijk had. Ik bleef daar eenigen tijd, en leerde de wijze, waarop de suiker geteeld en gefabriceerd wordt. Ziende hoe goed de planters leefden, en hoe spoedig [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik had een buurman, Wells genaamd, die te Lissabon, doch van Engelsche ouders geboren was, en zich nagenoeg in gelijke omstandigheden als ik bevond. Ik noem hem mijn buurman, om dat zijne plantaadje naast de mijne lag, en wij zeer vriendschappelijk omgingen. Mijn kapitaal was even gering als het zijne, en gedurende twee jaren plantten wij slechts, om [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] afzeilde, want hij had drie maanden in lading gelegen. Ik sprak hem over het geld, dat ik in Londen achtergelaten had, en hij gaf mij dezen welgezinden en opregten raad: " Senhor Inglese (want zoo noemde hij mij altijd ) als gij mij brieven en een volmagt geven wilt, met last aan den persoon, die in Londen uw geld heeft, van dit naar Lissabon te zenden, aan zoodanige lieden als ik u zal opgeven, en [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hebben, had ik toen in wel honderd partijen verdeeld. Van het vaatje, dat nat geweest was, vreesde ik geenerlei gevaar, dus plaatste ik het in mijn nieuwen kelder, dien ik goedvond mijn keuken te noemen, en het overige verborg ik hier en daar in holten tusschen de klippen, in dier voege, dat er geen nat bij komen kon, terwijl ik zorgvuldig de plaatsen merkte, waar ik het legde. (Robinson Crusoe)
    • HET JOURNAAL. 1659. 30 September. Ik, arme, ongelukkige Robinson Crusoe, kwam, na schipbreuk geleden te hebben, op dit rampzalig, woest eiland, dat ik het Wanhoops-eiland noemde, al mijne scheepsmakkers zijn verdronken, en ik zelf half dood. (Robinson Crusoe)
    • 18 November. Den volgenden dag vond ik in het bosch een boom van het hout, dat men in Brazilië ijzerhout noemt, omdat het zoo hard is. Ik kapte hiervan een gedeelte, schoon met veel moeite, en hoewel het mij bijkans mijne bijl gekost had, en bragt het moeijelijk genoeg naar huis, want het was zeer zwaar. De [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch noemen, from Old Dutch *nuomen, from Proto-Germanic *nōmijaną. See: Proto-Germanic '*nōmijaną'.

    Verbs referencing "noemen"

    Afrikaans noem.

    Additional Information