Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: noemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: noemend
Past participle - Verleden deelwoord: genoemd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | noem |
| jij | noemt |
| hij | noemt |
| wij | noemen |
| jullie | noemen |
| zij | noemen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb genoemd |
| jij | hebt genoemd |
| hij | heeft genoemd |
| wij | hebben genoemd |
| jullie | hebben genoemd |
| zij | hebben genoemd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | noemde |
| jij | noemde |
| hij | noemde |
| wij | noemden |
| jullie | noemden |
| zij | noemden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had genoemd |
| jij | had genoemd |
| hij | had genoemd |
| wij | hadden genoemd |
| jullie | hadden genoemd |
| zij | hadden genoemd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal noemen |
| jij | zult noemen |
| hij | zal noemen |
| wij | zullen noemen |
| jullie | zullen noemen |
| zij | zullen noemen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal genoemd hebben |
| jij | zult genoemd hebben |
| hij | zal genoemd hebben |
| wij | zullen genoemd hebben |
| jullie | zullen genoemd hebben |
| zij | zullen genoemd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou noemen |
| jij | zou noemen |
| hij | zou noemen |
| wij | zouden noemen |
| jullie | zouden noemen |
| zij | zouden noemen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou genoemd hebben |
| jij | zou genoemd hebben |
| hij | zou genoemd hebben |
| wij | zouden genoemd hebben |
| jullie | zouden genoemd hebben |
| zij | zouden genoemd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'noemen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'noemen'
nemen,
benoemen,
boeien,
boeren,
boeten,
bomen,
doeken,
doelen,
hoeden,
hoeven,
Translations
call, to name or refer to
designate, to call by a distinctive title; to name
Sample Sentences
-
[...] trouwde, die tot eene deftige oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene in Engeland niet ongewone verbastering van naam, noemde men ons, en noemen en schrijven wij zelven ons Crusoe; en mijne vrienden hebben mij nimmer anders dan onder dien naam gekend.
(Robinson Crusoe)
-
[...] oude familie, Robinson genaamd, aldaar behoorde. Naar deze ontving ik den naam van Robinson Kreutznaer; maar door eene in Engeland niet ongewone verbastering van naam, noemde men ons, en noemen en schrijven wij zelven ons Crusoe; en mijne vrienden hebben mij nimmer anders dan onder dien naam gekend.
(Robinson Crusoe)
-
[...] hernemen, maar ik verzette mij daartegen als tegen eene zwakheid, en terwijl ik mij aan den sterken drank en het gezelschap mijner makkers overgaf, geraakte ik weldra van deze vlagen, gelijk ik ze noemde, ontslagen. Na verloop van vijf of zes dagen had ik over mijn geweten eene zoo volkomene overwinning behaald, als een jongeling, die van deszelfs vermaningen ontslagen wenscht te zijn, slechts kon [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] geweld voort; en schoon in bezadigde oogenblikken mijne rede en mijn gezond oordeel mij aanrieden, naar het ouderlijk huis te gaan, kon ik er niet toe besluiten. Ik weet niet hoe ik dit noemen zal; ik wil ook niet beweren, dat eene geheime magt ons aandrijft ons in ons verderf te storten, al is het dat het bloot voor ons ligt en wij er met open oogen ons in begeven. Zeker kon niets dan [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik begaf mij kort daarop, op aanbeveling van den kapitein naar het huis van een zoo goed, braaf man als hij zelf was, die een ingenio, gelijk men het noemt, dat is, eene plantaadje en suikerfabrijk had. Ik bleef daar eenigen tijd, en leerde de wijze, waarop de suiker geteeld en gefabriceerd wordt. Ziende hoe goed de planters leefden, en hoe spoedig [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik had een buurman, Wells genaamd, die te Lissabon, doch van Engelsche ouders geboren was, en zich nagenoeg in gelijke omstandigheden als ik bevond. Ik noem hem mijn buurman, om dat zijne plantaadje naast de mijne lag, en wij zeer vriendschappelijk omgingen. Mijn kapitaal was even gering als het zijne, en gedurende twee jaren plantten wij slechts, om [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] afzeilde, want hij had drie maanden in lading gelegen. Ik sprak hem over het geld, dat ik in Londen achtergelaten had, en hij gaf mij dezen welgezinden en opregten raad: " Senhor Inglese (want zoo noemde hij mij altijd ) als gij mij brieven en een volmagt geven wilt, met last aan den persoon, die in Londen uw geld heeft, van dit naar Lissabon te zenden, aan zoodanige lieden als ik u zal opgeven, en [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hebben, had ik toen in wel honderd partijen verdeeld. Van het vaatje, dat nat geweest was, vreesde ik geenerlei gevaar, dus plaatste ik het in mijn nieuwen kelder, dien ik goedvond mijn keuken te noemen, en het overige verborg ik hier en daar in holten tusschen de klippen, in dier voege, dat er geen nat bij komen kon, terwijl ik zorgvuldig de plaatsen merkte, waar ik het legde.
(Robinson Crusoe)
-
HET JOURNAAL. 1659. 30 September. Ik, arme, ongelukkige Robinson Crusoe, kwam, na schipbreuk geleden te hebben, op dit rampzalig, woest eiland, dat ik het Wanhoops-eiland noemde, al mijne scheepsmakkers zijn verdronken, en ik zelf half dood.
(Robinson Crusoe)
-
18 November. Den volgenden dag vond ik in het bosch een boom van het hout, dat men in Brazilië ijzerhout noemt, omdat het zoo hard is. Ik kapte hiervan een gedeelte, schoon met veel moeite, en hoewel het mij bijkans mijne bijl gekost had, en bragt het moeijelijk genoeg naar huis, want het was zeer zwaar. De [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch noemen, from Old Dutch *nuomen, from Proto-Germanic *nōmijaną. See: Proto-Germanic '
*nōmijaną'.
Verbs referencing "noemen"
Afrikaans
noem.
Additional Information