mopperen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mopperen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mopperen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mopperend
Past participle - Verleden deelwoord: gemopperd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmopper
jijmoppert
hijmoppert
wijmopperen
julliemopperen
zijmopperen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemopperd
jijhebt gemopperd
hijheeft gemopperd
wijhebben gemopperd
julliehebben gemopperd
zijhebben gemopperd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmopperde
jijmopperde
hijmopperde
wijmopperden
julliemopperden
zijmopperden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemopperd
jijhad gemopperd
hijhad gemopperd
wijhadden gemopperd
julliehadden gemopperd
zijhadden gemopperd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mopperen
jijzult mopperen
hijzal mopperen
wijzullen mopperen
julliezullen mopperen
zijzullen mopperen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemopperd hebben
jijzult gemopperd hebben
hijzal gemopperd hebben
wijzullen gemopperd hebben
julliezullen gemopperd hebben
zijzullen gemopperd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mopperen
jijzou mopperen
hijzou mopperen
wijzouden mopperen
julliezouden mopperen
zijzouden mopperen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemopperd hebben
jijzou gemopperd hebben
hijzou gemopperd hebben
wijzouden gemopperd hebben
julliezouden gemopperd hebben
zijzouden gemopperd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmopper

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

brommen
kniezen, knorren, pruttelen

Sample Sentences

Etymology

Of imitative origin. Compare regional German möppern.

Verbs referencing "mopperen"

German, old spelling möppern.

Additional Information