leunen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of leunen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: leunen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: leunend
Past participle - Verleden deelwoord: geleund

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikleun
jijleunt
hijleunt
wijleunen
jullieleunen
zijleunen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geleund
jijhebt geleund
hijheeft geleund
wijhebben geleund
julliehebben geleund
zijhebben geleund

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleunde
jijleunde
hijleunde
wijleunden
jullieleunden
zijleunden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geleund
jijhad geleund
hijhad geleund
wijhadden geleund
julliehadden geleund
zijhadden geleund

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal leunen
jijzult leunen
hijzal leunen
wijzullen leunen
julliezullen leunen
zijzullen leunen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geleund hebben
jijzult geleund hebben
hijzal geleund hebben
wijzullen geleund hebben
julliezullen geleund hebben
zijzullen geleund hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou leunen
jijzou leunen
hijzou leunen
wijzouden leunen
julliezouden leunen
zijzouden leunen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geleund hebben
jijzou geleund hebben
hijzou geleund hebben
wijzouden geleund hebben
julliezouden geleund hebben
zijzouden geleund hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijleun

Translations

  • lean, to hang outwards
  • lean, to press against
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    rusten
    steunen

    Sample Sentences

    Etymology

    1. The verb is the result of the merger of two middle dutch verbs that meant to 'lean':
    2. * From Middle Dutch lēnen, from Old Dutch *linon, from Proto-West Germanic *hlinēn, from Proto-Germanic *hlināną.
    3. * From Middle Dutch lênen - leinen, from Old Dutch lēnen - *leinen, from Proto-West Germanic *hlainijan, from Proto-Germanic *hlainijaną.
    4. To avoid homonymy with the verb lenen (“to loan”), the word adopted a dialectal 'eu' (øː) vowel. See: Old Dutch '*linon', Proto-Germanic '*hlināną', Proto-Germanic '*hlainijaną'.

    Verbs referencing "leunen"

    German, old spelling lehnen.

    Additional Information