klikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of klikken

The word "klikken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: klikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klikkend
Past participle - Verleden deelwoord: geklikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklik
jijklikt
hijklikt
wijklikken
jullieklikken
zijklikken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geklikt
jijhebt geklikt
hijheeft geklikt
wijhebben geklikt
julliehebben geklikt
zijhebben geklikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklikte
jijklikte
hijklikte
wijklikten
jullieklikten
zijklikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geklikt
jijhad geklikt
hijhad geklikt
wijhadden geklikt
julliehadden geklikt
zijhadden geklikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal klikken
jijzult klikken
hijzal klikken
wijzullen klikken
julliezullen klikken
zijzullen klikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geklikt hebben
jijzult geklikt hebben
hijzal geklikt hebben
wijzullen geklikt hebben
julliezullen geklikt hebben
zijzullen geklikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou klikken
jijzou klikken
hijzou klikken
wijzouden klikken
julliezouden klikken
zijzouden klikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geklikt hebben
jijzou geklikt hebben
hijzou geklikt hebben
wijzouden geklikt hebben
julliezouden geklikt hebben
zijzouden geklikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklik

Translations

  • tattle, to report incriminating information or wrongdoing
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch clicken, of imitative origin.

    Verbs referencing "klikken"

    German, old spelling klicken, Luxembourgish klicken.

    Additional Information